wetzoeker

Artikel 7.4 Regeling houders van dieren

Monitoringsvoorschriften

1 De houder van varkens laat het bloed, bedoeld in artikel 7.3, eerste of tweede lid, in een laboratorium dat daarvoor op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria is erkend, onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen het Aujeszky-virus of het Aujeszky-vaccin.

2 De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.

3 Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:

a. gegevens ter identificatie van de houder van de varkens, van degene die het monster heeft genomen en van de varkens die zijn bemonsterd;

b. de dag waarop de monsters zijn genomen;

c. de afdeling waarin de varkens gehuisvest zijn;

d. de dag waarop de monsters worden verzonden; en

e. de handtekening van de inzender van de monsters.

Regeling
Regeling houders van dieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-09-2026
BWB-id
BWBR0035248
Versie
2026-09-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl