wetzoeker

Artikel 5b.73a Regeling houders van dieren

Honden, katten en fretten

1 De termijn, bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, is uiterlijk zeven weken na de geboorte van de hond.

2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt de hond in elk geval voorafgaand aan de overdracht voorzien van een identificatiedocument.

3 Voordat een dierenarts een identificatiedocument voor een hond afgeeft identificeert de houder zich bij de dierenarts met het registratienummer van de houder.

4 De dierenarts die een identificatiedocument heeft afgegeven voor een hond registreert binnen twee werkdagen bij de minister via een op grond van artikel 3.32 van het besluit aangewezen elektronisch portaal:

a. de datum waarop het identificatiedocument is afgegeven;

b. de identificatiecode van het identificatiedocument;

c. het nummer dat de dierenarts heeft verkregen bij de registratie in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet;

d. het praktijkadres van de dierenarts; en

e. de identificatiecode van het vorige identificatiedocument, indien van toepassing;

f. de identificatiecode van de hond;

g. de geboortedatum van de hond, indien eerder onjuist geregistreerd;

h. het land van herkomst van de hond of, in voorkomende gevallen, dat het land van herkomst onbekend is; en

i. het registratienummer van de houder van de hond.

5 Bij de overdracht van een hond draagt de houder het identificatiedocument van de hond over aan de opvolgende houder.

Regeling
Regeling houders van dieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-09-2026
BWB-id
BWBR0035248
Versie
2026-09-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl