wetzoeker

Artikel 2.27h Besluit houders van dieren

Vervoer van en naar inrichtingen met varkens

1 Het is toegestaan om varkens aan te voeren op een A-bedrijf, indien:

a. het aanvoer betreft van:

1°. gelten of zeugen respectievelijk beren die afkomstig zijn van telkens hetzelfde A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of spermawininrichting; of

2°. gespeende varkens vanaf een E-bedrijf en die varkens oorspronkelijk van dat A-bedrijf afkomstig waren;

b. die varkens na aanvoer worden gehouden in een stal, afgescheiden van de overige stallen, totdat onderzoek van bloedmonsters is uitgevoerd waaruit blijkt dat in die monsters geen antilichamen zijn aangetroffen tegen klassieke varkenspest en geen gB-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky; of

c. vanaf dat bedrijf in de zes weken na de dag waarop die varkens zijn aangevoerd slechts varkens worden afgevoerd naar een slachthuis, al dan niet via een verzamelcentrum.

2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de stal waarin varkens worden gehouden en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

3 Het is toegestaan om varkens af te voeren van een A-bedrijf, indien die afvoer plaatsvindt naar:

a. een A-bedrijf, B-bedrijf of D-bedrijf;

b. telkens hetzelfde C-bedrijf of cluster van C-bedrijven als bedoeld in artikel 2.27d; of

c. telkens hetzelfde E-bedrijf.

Regeling
Besluit houders van dieren
Soort
AMvB
Geldend vanaf
07-07-2026
BWB-id
BWBR0035217
Versie
2026-07-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl