wetzoeker

Artikel 3 Vrijstellingsregeling eieren

Eieren mogen, in afwijking van bijlage VII, deel VI, onderdeel III, onder 2, van verordening (EU) nr. 1308/2013, worden gemerkt in het eerste pakstation waaraan de eieren worden geleverd indien het eiermerksysteem op de productie-inrichting defect is, mits:

a. sinds de melding, bedoeld in artikel 4, maximaal vijf werkdagen zijn verstreken;

b. de eieren worden gestempeld met de producentencode van de pluimveehouder;

c. het pakstation dat de eieren stempelt gelegen is in Nederland;

d. door de producent aan de Stichting COKZ onverwijld documentatie wordt verstrekt waaruit blijkt dat is voldaan aan de onderdelen b en c; en

e. door de producent aan de Stichting COKZ onverwijld documentatie wordt verstrekt waaruit de volgende gegevens blijken:

1°. de bedrijfsgegevens van de productie-inrichting;

2°. de gegevens van de betrokken stallen;

3°. de bedrijfsgegevens van het pakstation dat de eieren gaat merken;

4°. de datum waarop het eiermerksysteem defect is gegaan; en

5°. de datum waarop het eiermerksysteem wordt gerepareerd.

Regeling
Vrijstellingsregeling eieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-04-2026
BWB-id
BWBR0035132
Versie
2026-04-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl