wetzoeker

Artikel 7 Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer

Vergunningen voor ongeregeld luchtvervoer

1 De vergunning, bedoeld in artikel 6, wordt verleend aan een niet in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij, indien Nederland met het land van afkomst van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een reciprociteitsverklaring heeft afgesloten.

2 Indien geen sprake is van een reciprociteitsverklaring wordt te allen tijde de luchtvaartpolitieke relatie met het desbetreffende land van afkomst betrokken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag.

3 De vergunning wordt per seizoen aangevraagd en wordt uiterlijk anderhalf jaar voor de aanvang van het vervoer ingediend en afgehandeld.

4 De Minister van Infrastructuur en Milieu betracht terughoudendheid bij het verlenen van een vergunning voor ongeregeld luchtvervoer indien hierdoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het geregelde vervoer en de netwerkkwaliteit.

5 Bij de toekenning van een vergunning wordt, behoudens politieke restricties, zo min mogelijk in de markt geïntervenieerd.

6 De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.

7 In afwijking van het zesde lid wordt een aanvraag van een in Nederland gevestigde EU- luchtvaartmaatschappij voor het uitvoeren van ongeregeld luchtvervoer naar derde landen geheel ten behoeve van vracht toegestaan.

Regeling
Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-09-2020
BWB-id
BWBR0035117
Versie
2020-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl