wetzoeker

Artikel 4:55:2 Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015

Formatieve beëindigingsgronden bij een tijdelijk dienstverband

1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:

• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2014, of

• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2015, of

• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015

2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C:

A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2014

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2014 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2015

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

Regeling
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
14-01-2015
BWB-id
BWBR0035051
Versie
2015-01-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl