Artikel D31 — Subsidiabele kosten Subsidieregeling ESF 2014–2020
Subsidiabele kosten
1. In afwijking van artikel 12 komen voor subsidiëring van de activiteiten en posten, genoemd in artikel D30, uitsluitend in aanmerking:
a. met betrekking tot intakegesprek en begeleiding, de externe kosten van de door de begeleider werkelijk gerealiseerde uren, aantoonbaar besteed aan het intakegesprek en de begeleiding van de kwetsbare werkende gedurende het traject. Voor de berekening van de subsidie wordt het uurtarief van deze begeleider bepaald op maximaal € 92,39, tenzij de subsidieaanvrager een hoger uurtarief hanteert en de marktconformiteit van het door hem gehanteerde uurtarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
b. met betrekking tot scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden, de externe kosten voor de opleiding van kwetsbare werkenden. Voor de berekening van de subsidie worden de kosten voor de opleiding bepaald op maximaal € 32,01 per deelnemer per gegeven lesuur, tenzij de subsidieaanvrager een hoger tarief hanteert en de marktconformiteit van het door hem gehanteerde hogere tarief aantoont op de wijze als omschreven het tweede lid;
c. met betrekking tot een EVC-procedure, de externe kosten van de door een EVC-aanbieder gegeven EVC-procedure. Voor de berekening van de subsidie wordt het tarief van de EVC-aanbieder bepaald op maximaal € 1.250,– per EVC-procedure, tenzij de subsidieaanvrager een hoger tarief hanteert en de marktconformiteit van het door hem gehanteerde hogere tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
d. mede in afwijking van artikel 13, aanhef en onderdeel d, met betrekking tot loonverletkosten, het aantal door de werkgever betaalde uren dat een kwetsbare werkende deelneemt aan gegeven scholing basisvaardigheden, scholing beroepsvaardigheden, exclusief uren van voorbereiding, reizen en zelfstudie, en niet productief kan zijn in zijn reguliere werkzaamheden, tegen een vast bedrag per uur van € 12,95;
e. met betrekking tot indirecte kosten, een toeslag van maximaal 7% op de subsidiabele kosten van de activiteiten, genoemd in artikel D30, onderdelen a tot en met f.
2. De marktconformiteit van tarieven is aangetoond wanneer:
a. een offerteprocedure is uitgevoerd waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure heeft plaatsgevonden.
3. In afwijking van het eerste lid zijn slechts subsidiabel de directe loonkosten van werkelijk gerealiseerde uren tegen een uurtarief dat is berekend op basis van het individuele brutoloon, vermeerderd met een opslag van 32% van het brutoloon, van een persoon bij wie het aantal werkbare uren per jaar is gesteld op 1.720 op basis van een normale arbeidsduur, en die activiteiten verricht, genoemd in artikel D30, onderdelen a tot en met e, vanuit een dienstbetrekking bij een van de volgende organisaties:
a. de subsidieaanvrager;
b. een partij uit het samenwerkingsverband;
c. een organisatie die is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een partij uit het samenwerkingsverband;
d. een aan één van de organisaties als bedoeld in de onderdelen a tot en met c, of aan de werkgever van een deelnemer, verbonden organisatie; of
e. een organisatie waarin dezelfde persoon een aanmerkelijk financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, die ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager of een partij uit het samenwerkingsverband.
4. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het derde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de subsidieaanvrager, dan wel een bij het project betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de subsidieaanvrager, dan wel op een bij het project betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de subsidieaanvrager, dan wel met een bij het project betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
5. Overheersende invloed als bedoeld in het vierde lid wordt aangenomen, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
6. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en derde lid, zijn subsidiabel voor zover zij daadwerkelijk gemaakt en betaald zijn, ten laste van de begunstigde zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen.
- Regeling
- Subsidieregeling ESF 2014–2020
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 16-09-2025
- BWB-id
- BWBR0035033
- Versie
- 2025-09-16_0