wetzoeker

Artikel C8a — Tussentijdse declaratie Subsidieregeling ESF 2014–2020

Tussentijdse declaratie

1. Dit artikel is van toepassing op een subsidieaanvraag gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel C2, tweede lid.

2. De subsidieontvanger dient een tussentijdse declaratie in bij de Minister, met daarbij een verantwoording van de kosten onder gelijktijdige verstrekking van de burgerservicenummers van de deelnemers aan het project.

3. De tussentijdse declaratie, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op de periode tussen de startdatum van het project en 31 december 2019 en wordt uiterlijk 31 maart 2020 ingediend.

4. In afwijking van het tweede lid kan de Minister besluiten tot het laten vervallen van de verplichting tot het indienen van de tussentijdse declaratie.

5. Artikel 18, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de tussentijdse declaratie, bedoeld in het tweede lid.

6. De Minister betaalt binnen negentig dagen nadat een tussentijdse declaratie is ontvangen, de op dat moment bekende verschuldigde subsidie.

7. De einddeclaratie, bedoeld in artikel 18, bevat de som van tussentijdse declaraties en het resterend eindbedrag. De verantwoording van de kosten en de burgerservicenummers van de deelnemers, bedoeld in artikel 18, eerste lid, hebben betrekking op het resterend eindbedrag opgenomen in de einddeclaratie.

8. Indien de Minister toepassing geeft aan het vierde lid dient de subsidieontvanger een voortgangsrapportage in over de eerste twee uitvoeringsjaren van het project binnen vier weken na afloop van die periode.

Regeling
Subsidieregeling ESF 2014–2020
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-09-2025
BWB-id
BWBR0035033
Versie
2025-09-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl