Artikel A30 — Specifieke eisen Subsidieregeling ESF 2014–2020
Specifieke eisen
1. Een project, in het kader van dit hoofdstuk, komt slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project past binnen het doel, genoemd in artikel A28;
b. het project een duur heeft van ten hoogste 24 maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag dan wel, indien toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, de startdatum van het project, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening;
c. de subsidieaanvraag een concrete omschrijving bevat van de wijze waarop de resultaten tijdens of na afronding van het project worden verspreid;
d. de subsidieaanvraag in het kader van transnationale samenwerking een transnationale partnerschapsovereenkomst bevat;
e. de subsidieontvanger bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie voegt:
1°. een verslag van de activiteiten gericht op de totstandkoming van ten minste één product als bedoeld in artikel A31, eerste lid;
2°. het product zelf, indien de activiteiten geresulteerd hebben in de totstandkoming hiervan;
3°. ten behoeve van verspreiding een samenvatting van het verslag, en, indien van toepassing, een samenvatting van het product.
2. Onverminderd het eerste lid komt een project ter bevordering van sociale innovatie slechts voor subsidie in aanmerking, indien in de subsidieaanvraag het sociaal innovatieve karakter van het project wordt onderbouwd aan de hand van een beschrijving van:
a. de mate waarin het project een maatschappelijke uitdaging betreft die door middel van sociale innovatie tot actieve inclusie van de doelgroep kan leiden;
b. de behoefte, waarin de gewenste uitkomst van de methodiek- of instrumentontwikkeling of kennisdeling, bedoeld in artikel A28, tweede lid, voorziet;
c. de wijze waarop de doelgroep bij de aanpak van de maatschappelijke uitdaging betrokken is;
d. de wijze waarop belanghebbende partijen bij de aanpak van de maatschappelijke uitdaging betrokken zijn;
e. de redenen waarom en de mate waarin het project en de voorgestelde methodiek- of instrumentontwikkeling of kennisdeling, bedoeld in artikel A28, tweede lid, innovatief, creatief of onconventioneel is en bijdraagt aan de vermogens tot actieve inclusie van de doelgroep, respectievelijk aan de vermindering van barrières in de samenleving ten behoeve van actieve inclusie van de doelgroep;
f. de mate waarin verschillende aspecten die tot sociale exclusie kunnen leiden, aan bod komen in de aanpak;
g. de criteria, die worden gebruikt om aan te tonen dat sprake is van succes of falen.
3. De transnationale partnerschapsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevat:
a. een beschrijving van het onderliggende probleem of gemeenschappelijk belang;
b. een omschrijving van de gemeenschappelijke transnationale doelstelling;
c. een beschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel A31, eerste lid;
d. een beschrijving van de toegevoegde waarde die verwacht wordt van de transnationale samenwerking;
e. afspraken op het gebied van organisatie met betrekking tot:
1°. de bijdrage en verantwoordelijkheden van elke transnationale partner;
2°. de coördinatie en besluitvorming;
3°. de werktaal of werktalen;
4°. monitoring van de voortgang;
5°. budgetspecificatie en kostendeling, financieel beheer en het voorkomen van dubbele financiering;
6°. het om niet ter beschikking stellen aan derden van de producten, bedoeld in artikel A31.
4. Door de minister kan in de beschikking tot subsidieverlening in plaats van de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag een andere startdatum van het project worden vermeld.
- Regeling
- Subsidieregeling ESF 2014–2020
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 16-09-2025
- BWB-id
- BWBR0035033
- Versie
- 2025-09-16_0