Artikel A6 — Specifieke eisen Subsidieregeling ESF 2014–2020
Specifieke eisen
1. Een project, in het kader van dit hoofdstuk, komt slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel A4;
b. het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag gemeenten of een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel A2, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, een duur van ten hoogste 24 maanden heeft, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag, dan wel, indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, de startdatum van het project, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening;
c. het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag gemeenten als bedoeld in artikel A2, eerste lid, onderdeel b:
1°. een duur van ten hoogste 36 maanden heeft gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag, dan wel, indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, de startdatum van het project, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening;
2°. start na de einddatum van het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag gemeenten als bedoeld in artikel A2, eerste lid, onderdeel a, doch uiterlijk binnen twee maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag;
d. het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdelen b en c:
1°. een duur van ten hoogste twaalf maanden heeft als het gaat om een project als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel b;
2°. een duur van ten hoogste 24 maanden heeft als het gaat om een project als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel c;
3°. start na de einddatum van het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel a, doch uiterlijk binnen negen maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag;
e. het gevraagde subsidiebedrag in de regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs, bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel a, betrekking heeft op ten minste 30% van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel A10, eerste lid, onderdeel a;
f. het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel d, een duur van ten hoogste twaalf maanden heeft en betrekking heeft op het schooljaar 2020–2021.
2. Door de minister kan in de beschikking tot subsidieverlening in plaats van de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag een andere startdatum van het project worden vermeld.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, heeft het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag gemeenten als bedoeld in artikel A2, eerste lid, onderdeel a, op verzoek van de subsidieontvanger een duur van ten hoogste 27 maanden, gerekend vanaf de startdatum van het project, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, indien dit verzoek uiterlijk twee maanden voor de einddatum van het project, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, door de minister is ontvangen.
4. Indien een subsidieontvanger de projectduur wil verlengen, met inachtneming van de in het eerste lid, onderdelen c en d gestelde maximale projectduur, wordt een verzoek daartoe bij de minister ingediend.
- Regeling
- Subsidieregeling ESF 2014–2020
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 16-09-2025
- BWB-id
- BWBR0035033
- Versie
- 2025-09-16_0