wetzoeker

6 — Sensorisch onderzoek (deel 1) Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Sensorisch onderzoek

a. Doel en toepassingsgebied

De methode dient om vast te stellen of door het gebruik van een verpakkingsmateriaal of gebruiksartikel, hierna te noemen ‘materiaal’, de smaak of geur van de waar die daarmee in contact

41 ‘in contact’ betekent niet alleen in direct contact, maar ook in indirect contact, bij voorbeeld met de omverpakking.

wordt gebracht, op onaanvaardbare wijze

42 Zie artikel 3, eerste lid, onder c, van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

wordt veranderd. De methode is in beginsel toepasbaar op alle mogelijke combinaties van materiaal en eet- of drinkwaar. Het voorschrift is echter in algemene termen gesteld. In specifieke gevallen kan het nodig zijn aanvullende aanwijzingen in het voorschrift op te nemen.

b. Beginsel

Een hoeveelheid van de eet- of drinkwaar wordt gedurende een vastgestelde tijd bij een vastgestelde temperatuur met het materiaal in contact gebracht. Na afloop van de bewaarperiode wordt de smaak of de geur van de waar door een aantal proevers vergeleken met de smaak of de geur van een hoeveelheid van de waar die niet met het materiaal in contact is geweest, maar wel onder gelijke omstandigheden is bewaard. De vergelijking vindt plaats door middel van een uitgebreide driehoekstoets. In deze toets worden aan elke proever drie porties van de waar gelijktijdig aangeboden. Van de drie porties zijn er twee identiek en afkomstig hetzij uit het analysemonster hetzij uit het controlemonster. De proevers wordt in de eerste plaats gevraagd aan te geven welke twee porties, wat smaak of geur betreft, het meest op elkaar lijken en vervolgens hoe groot het verschil in smaak of geur tussen deze twee en de derde is. Tenslotte moeten zij, als zij een afwijking aan één van beide partijen constateren, proberen de aard van de afwijking te omschrijven. De gegevens van de eigenlijke driehoekstoets worden statistisch bewerkt en vervolgens wordt, op basis van de uitkomst van die bewerking en van de opmerkingen over de grootte van het verschil en de aard van de afwijking, vastgesteld of er, uit sensorisch oogpunt, bezwaar bestaat tegen het gebruik van het materiaal in contact met eet- en drinkwaren.

c. Omschrijving van begrippen

De in het kader van het onderzoek belangrijke begrippen zijn als volgt gedefinieerd:

proefmateriaal: te beoordelen verpakkingsmateriaal of gebruiksartikel

proefmonster: het deel van het proefmateriaal, dat voor de sensorische beoordeling wordt gebruikt

proefstuk: het deel van het proefmonster dat met de eet- of drinkwaar in contact wordt gebracht

proefwaar: de bij de sensorische beoordeling van het proefmateriaal gebruikte eet- of drinkwaar

analysemonster: de hoeveelheid van de proefwaar die onder vastgestelde omstandigheden met het proefstuk in contact is geweest

controlemonster: een gelijke hoeveelheid van de proefwaar die niet met het proefmateriaal in contact is geweest maar wel onder dezelfde omstandigheden is bewaard.

d. Benodigdheden

proevers: het panel dat de driehoekstoets moet uitvoeren moet tenminste uit negen en ten hoogste uit 18 personen bestaan. Een gelijk aantal mannen en vrouwen is gewenst. De leden van het panel dienen ervaring in de beoordeling van de smaak of geur volgens de hier beschreven procedure te hebben.

proeflokaal: een ruimte die vrij is van geuren die het resultaat van de sensorische beoordeling kunnen beïnvloeden

bewaarglazen: bijvoorbeeld exsiccatoren of weckglazen van geschikte grootte

aluminiumfolie: niet van een deklaag voorzien en vetvrij

petrischalen: van glas, 8 x 2 cm

bestek: van roestvrij staal.

NB. Het glaswerk, de aluminiumfolie en het bestek dienen vrij van geur te zijn.

e. Bemonstering

Verwijder, alvorens een proefmonster uit een stapel of van een rol proefmateriaal te nemen, altijd tenminste vijf lagen. Neem het monster, als het proefmateriaal in een doos is verpakt, bij voorkeur uit het binnenste van de doos en als het uit een lopende productie moet worden genomen, nadat tenminste 20 eenheden zijn gepasseerd.

Bewaar de proefmonsters, als de sensorische beoordeling niet dadelijk kan worden uitgevoerd, in goed afsluitbare glazen potten (weckglazen) of in dichtgevouwen aluminiumfolie.

f. Werkwijze

1. Bereiding van analyse- en controlemonsters

Breng een geschikt proefstuk

43 De in dit algemene voorschrift gebezigde niet-specifieke aanduidingen ‘geschikt proefstuk’, ‘geschikte hoeveelheid’, etc. dienen in produktgerichte voorschriften door specifieke aanduidingen te worden vervangen.

op een op de praktijk afgestemde wijze in contact met een geschikte hoeveelheid proefwaar en plaats de zo gevormde eenheid in een exsiccator of weckglas van geschikte grootte. Breng vervolgens een gelijke hoeveelheid proefwaar in een afsluitbare glazen pot of in aluminium folie en plaats de pot/het pakje in een tweede exsiccator of weckglas. Laat de bewaarglazen met inhoud onder aan de praktijk ontleende omstandigheden wat betreft tijd en temperatuur staan, zonodig in het donker.

2. Uitvoering van de driehoekstoets

Voer de driehoekstoets uit in het proeflokaal, onder omstandigheden die voor alle proevers zoveel mogelijk gelijk zijn. Laat 18 driehoeken beoordelen, twee per persoon bij negen proevers en één per persoon bij achttien proevers. In verband met mogelijk optredende vermoeidheid van de proevers verdient een panel van achttien personen de voorkeur.

– opstelling van de driehoeken

Schik telkens drie petrischalen naast elkaar. Merk de schalen – te beginnen met de linker schaal van het eerste drietal, dan de middelste, dan de rechter, dan de linker schaal van het tweede drietal, etc. – met een uit drie cijfers bestaande code welke is ontleend aan de in bijlage 1 gegeven lotingstabel voor cijfercodes.

Ga daarbij als volgt te werk:

– Kies in de tabel een cijfercode en ken deze code aan de eerste petrischaal toe. Kies vervolgens, uitgaande van de eerste cijfercode, een richting in de tabel en neem langs die richting de cijfercodes voor de andere petrischalen.

– Zijn de cijfercodes op een bepaalde regel in de tabel verbruikt, neem dan de codes op de volgende regel in dezelfde richting. Bepaal, als alle schaaltjes van een cijfercode zijn voorzien, met behulp van een willekeurig uit bijlage 2 gekozen gebalanceerd schema van achttien combinaties, in welke schalen een analyse monster (A) en in welke een controle monster (B) moet worden gebracht.

– Registreer de cijfercode van de schaaltjes en de corresponderende letteraanduidingen van de analyse- of controlemonsters op een formulier volgens bijlage 3.

– Breng vervolgens, aan de hand van de zo verkregen indeling, een geschikte hoeveelheid analyse- of controlemonster in de schaaltjes

– instructie van de proevers

Laat de proevers de monsters altijd in dezelfde volgorde proeven, te beginnen met, bijvoorbeeld, het monster in het linker schaaltje. Terugproeven is echter toegestaan.

Vraag de proevers om op een formulier volgens bijlage 4, door middel van de betreffende cijfercodes, aan te geven:

– welke twee monsters, wat smaak of geur betreft, het meest op elkaar lijken

– of het verschil in smaak of geur tussen deze twee monsters en het derde klein, matig groot of groot is

– of één van beide partijen afwijkend van smaak of geur is en zo ja, welke partij dat is, alsmede wat de aard van de afwijking is.

3. Verwerking van de resultaten

Geef op elk van de ingevulde formulieren volgens bijlage 4 en vervolgens op het formulier volgens bijlage 3 aan of de door de proever aangegeven combinatie goed of fout was. Stel vervolgens met behulp van onderstaande tabel vast of bij het statistisch significantieniveau van 5% de smaak of geur van het analysemonster verschilt van die van het controlemonster.

TABEL Minimumaantal leden van het panel, dat de toets of toetsen correct moet hebben beantwoord om te mogen concluderen dat er op het significantieniveau van 5% verschil in smaak of geur tussen het analysemonster en het controlemonster bestaat.

N | Nm

9 | 4

18 | 10

N: totaal aantal proevers

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl