wetzoeker

5.3.4.2 — Migratie in vet Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Migratie in vet

a. Inleiding

Met de hierna beschreven methode kan de migratie van de volgende stoffen in vetsimulant worden bepaald:

alkyl(C8-C18)benzeensulfonaten;

alkyl(C8-C18)sulfaten;

alkyl(C8-C18)sulfonaten;

dialkyl(C4-C14)sulfosuccinaten.

b. Beginsel

Een proefmonster wordt met de vetsimulant in contact gebracht. Na afloop van de bewaarperiode wordt de vetsimulant gescheiden van het proefmonster en verdund met cyclohexaan. De oplossing in cyclohexaan wordt uitgeschud met water. Aan de waterlaag wordt een oplossing van Azure A toegevoegd. Het met de anionactieve stof gevormde complex wordt uitgeschud met chloroform en kwantitatief bepaald door middel van spectrofotometrie.

c. Toestellen

– laboratoriumglaswerk en laboratoriumapparatuur; spoel alle glaswerk voor, eerst met verdund zwavelzuur, daarna met gedestilleerd of gedemineraliseerd water en daarna met absolute ethanol;

– migratiecel, zie EN 13130;

– spectrofotometer.

d. Reagentia

– vetsimulant: een synthetisch triglyceridenmengsel, b.v Miglyol, of een natuurlijke olie of vet waarin geen stoffen aanwezig zijn die de analyse storen, b.v. geraffineerd kokosvet;

– cyclohexaan p.a.;

– 0,1 N zwavelzuur;

– chloroform p.a.;

– Azure A-oplossing: los 40 mg Azure A (7-dimethylamino-3-imino-3-Hfenothiazinehydrochloride) op in 5 ml 0,1 N zwavelzuur en verdun met water tot 100 ml;

– standaardoplossingen van de hiervoor genoemde stoffen: 0,005% (m/v) in water.

e. IJklijn

Breng van de standaardoplossingen resp. 5, 3, 1 en 0 ml in een scheitrechter van 250 ml. Vul aan met water tot 50 ml. Voeg 5 ml 0,1 N zwavelzuur, 1 ml Azure A-oplossing en 10 ml chloroform toe. Schud vervolgens tenminste 2 min en laat goed ontmengen. Laat de chloroformlaag af in een konische kolf van 100 ml. Meet de extinctie van de oplossing bij 623 nm in een 1 cm cel ten opzichte van een reagentiablanco. Zet de verkregen waarden grafisch uit tegen de in bewerking genomen hoeveelheden anionactieve stof.

f. Uitvoering van de migratieproef

Breng zoveel materiaal als overeenkomt met tenminste 2 dm2 (stel b dm2) in contact met voorverwarmde olie. Gebruik daartoe één van de methoden beschreven in EN 13130. Voeg indien mogelijk per dm2 maximaal 50 ml (stel c ml) voorverwarmde olie toe. Plaats het monster met simulant gedurende de voorgeschreven tijd in een ruimte bij de voorgeschreven temperatuur (zie Verordening (EU) nr. 10/2011). Schenk na afloop van de bewaarperiode de vetsimulant uit.

g. Bepaling van de anionactieve stoffen

Breng ca. 25 g (stel d g) van de vetsimulant in een scheitrechter van 250 ml. Voeg 250 ml cyclohexaan en 50 ml water toe. Schud 3 min en laat ontmengen. Laat de waterfase af in een konische kolf van 100 ml. Pipetteer 2 ml van de waterfase in een scheitrechter van 250 ml en handel verder als onder e is beschreven. Bepaal met behulp van de ijklijn de hoeveelheid anionactieve stof.

h. Berekening

Stel, dat de hoeveelheid a mg is. Bereken hieruit de specifieke migratie Ms met de formule:

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl