wetzoeker

4.2.2 — Alternatieve proeven Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Alternatieve proeven

1. Alternatieve migratieproeven zijn proeven waarbij een proefmonster van het te onderzoeken materiaal niet met de simulant D2 maar met een vluchtige vloeistof met sterk extraherend vermogen in contact wordt gebracht onder geschikte omstandigheden. Een dergelijke vloeistof is bijvoorbeeld aceton, acetonitril, ethanol, diethylether, heptaan, hexaan, isopropanol of isooctaan.

2. Alternatieve proeven mogen worden toegepast als uit vergelijkende proeven blijkt of op grond van resultaten van soortgelijke experimenten algemeen wordt erkend dat de resultaten van deze alternatieve proeven tenminste gelijk zijn aan of hoger zijn dan de resultaten die in migratieproeven met de simulant D2, waarvan de duur en de temperatuur met behulp van Verordening (EU) nr. 10/2011 was afgestemd op de meest stringente te verwachten feitelijke contactomstandigheden, werd dan wel zou worden verkregen.

3. Het resultaat van de alternatieve proef mag na toepassing van de in Verordening (EU) nr. 10/2011 vermelde reductiefactor en, waar dat in bijlage deel A voor het materiaal is aangegeven, van de aan tabel 4.1 te ontlenen vermenigvuldigingsfactor niet groter zijn dan de migratielimiet die voor het onderhavige geval van kracht is. Als aan deze voorwaarde niet wordt voldaan moet een migratieproef met simulant D2 worden uitgevoerd.

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl