2 — Absorptie van ultraviolet licht door vloeibare paraffinen (deel 1) Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Absorptie van ultraviolet licht door vloeibare paraffinen
a. Inleiding
Deze methode is bedoeld voor het bepalen van sporen van polycyclische aromatische koolwaterstoffen in vloeibare paraffinen, die in aanraking komen met voedingsmiddelen. Deze producten zijn uit aardolie afkomstige mengsels van verzadigde vloeibare koolwaterstoffen, die sporen monoaromaten bevatten.
Deze methode is niet toepasbaar op paraffinen, die toevoegsels of stoffen bevatten, die oplosbaar zijn in dimethylsulfoxide en fluorescentie vertonen of fluorescentie doven.
b. Beginsel
Een monster van de paraffine opgelost in n-hexaan wordt éénmaal met dimethylsulfoxide geëxtraheerd. Het extract wordt éénmaal met n-hexaan gewassen en vervolgens gecentrifugeerd om de fasenscheiding te versnellen. Het heldere extract wordt in een kwartscuvet gebracht en zuivere stikstof wordt doorgeleid om opgeloste zuurstof te verwijderen. De UV-extinctie van het extract wordt in het golflengtenbereik van 260-350 nm gemeten ten opzichte van een reagentiablanco. Indien de extinctie van het extract bij elke in dit bereik vallende golflengte niet hoger is dan 0,10 wordt de paraffine goedgekeurd.
c. Toestellen
– scheitrechters, van borosilicaat glas, voorzien van normaalslijpstukken en stoppen en PTFE kranen. Inhoud 50 ml en 100 ml
– pipetten van 5 ml
– maatcilinders, inhoud 25 ml, met schaalverdeling
– chromatografiekolom, zie Fig. 1.2, lengte ca. 1.200 mm, inw. diam. 50 mm, voorzien van een PTFE kraan en aan het boveneinde voorzien van een zijbuis voor de overloop
– een bolvormig voorraadvat van borosilicaat glas, onderaan via een normaalslijpstuk 29/32 verbonden met een PTFE kraan en bovenaan, eveneens via een normaalslijpstuk 29/32, met een haakse buis voor drukegalisatie tussen kolom en voorraadvat
– spectrofotometer, golflengtenbereik 220-400 nm, met een spectrale spleetbreedte van 2 nm of minder. Het apparaat dient tevens aan de volgende eisen te voldoen:
– dupliceerbaarheid van de extinctie: ± 0,01 bij een extinctie van 0,4
– nauwkeurigheid van de extinctie: ± 0,05 bij een extinctie van 0,4
– dupliceerbaarheid van de golflengte: ± 0,2 nm
– nauwkeurigheid van de golflengte: ± 1,0 nm
– kwartscuvetten met een optische weglengte van 1,000 ± 0,005 cm, voorzien van een goed passende PTFE stop.
NB Bij cuvetten, die zijn voorzien van een losliggend deksel, is het niet mogelijk te voorkomen, dat lucht in de cuvetten komt. Het gebruik van deze cuvetten wordt derhalve sterk afgeraden.
– laboratoriumcentrifuge, toerental 2.500 omw/min, voorzien van konische glazen centrifugebuizen met een inhoud van 10 ml met goed passende PTFE stoppen.
d. Reagentia en zuivering van reagentia en hulpstoffen
– n-hexaan, voor spectrofotometrie, waarvan de UV-extinctie per cm optische weglengte in het golflengtenbereik van 260-350 nm niet meer dan 0,02 bedraagt. Indien nodig kan n-hexaan voor spectrofotometrie als volgt uit ‘zuiver’ n-hexaan worden bereid:
Schud of roer 10 min lang 10 volumedelen n-hexaan krachtig met 1 volumedeel 98%-ig zwavelzuur. Laat het geheel 10 min staan en tap de zwavelzuurlaag af. Herhaal deze behandeling tot de zuurlaag kleurloos blijft. Was de hexaanlaag met een 5%-ige waterige oplossing van kaliumhydroxide, totdat het waswater alkalisch reageert. Was vervolgens met gedestilleerd water, totdat het waswater neutraal reageert. Droog de n-hexaanlaag boven geactiveerde moleculaire zeef 4A korrels en percoleer door geactiveerde silicagel, totdat het eluaat aan de bovengenoemde UV-extinctie-eis voldoet
– isooctaan (2,4,4-trimethylpentaan), voor spectrofotometrie, indien nodig te zuiveren door percoleren door geactiveerde silicagel, totdat de extinctie per cm optische weglengte bij 220 nm minder dan 0,10 bedraagt
– dimethylsulfoxide (DMSO), voor spectrofotometrie, watergehalte ten hoogste 0,10%, bepaald volgens Karl Fischer, of met een beginvriespunt van tenminste 18,3 °C. De extinctie van DMSO wordt gemeten in een cuvet met een optische weglengte van 1 cm ten opzichte van gedestilleerd water, nadat het DMSO in de cuvet 15 min lang is gezuiverd van zuurstof door een kleine stroom droge stikstof door te leiden. De extinctie mag de volgende grenzen niet overschrijden:
golflengte, nm | extinctie/cm optische weglengte
261,5 | 1,00
264 | 0,64
270 | 0,19
275 | 0,07
280 | 0,03
300 | 0,01
De extinctiecurve mag in het golflengtengebied 260-350 nm geen onregelmatigheden vertonen. Indien nodig kan het DMSO worden gezuiverd volgens de methode, beschreven in bijlage 1 van paragraaf 1. Het DMSO dient in een goed gesloten, donkergekleurde glazen fles met PTFE schroefdop te worden bewaard. Wegens de zeer hygroscopische aard van DMSO dient overmatige blootstelling aan de lucht te worden vermeden. Contact met metalen dient ook te worden vermeden: DMSO reageert met sommige metalen, bijvoorbeeld koper, in aanwezigheid van lucht
– naftaleen, National Bureau of Standards Material No. 577 of materiaal van gelijkwaardige zuiverheid
– standaard referentie-oplossing, 7,0 mg naftaleen per L isooctaan bevat.
Deze oplossing heeft een extinctie bij 275 nm van ca. 0,30 in een cuvet met een optische weglengte van 1 cm
– stikstof onder druk, zuurstofgehalte minder dan 10 ppm (v/v).
– moleculaire zeef, Union Carbide, type 4
46 Het noemen van specifieke merk- of handelsnamen vormt geen aanbeveling, doch is uitsluitend bedoeld als identificatie.
, korrels van 1,6 mm. Activeer door tenminste 24 uur bij 350±5 °C te verhitten. Bewaar de korrels in een exsiccator of in een gesloten blikken bus
– geactiveerde silicagel, Davison grade 12*. Activeer door 24 uur bij 190 °C te verhitten en laat daarna in een exsiccator afkoelen. Bewaar in een goed gesloten glazen fles of blik.
e. Behandeling van het monster en reiniging van glaswerk
Met het oog op de gevoeligheid van de methode is het noodzakelijk iedere verontreiniging te vermijden. Vermijd daarom contact tussen het paraffinemonster en elk verpakkingsmateriaal of vat van kunststof, behoudens PTFE, dat extraheerbare weekmakers, antioxidanten, UV-stabilisatoren e.d. kan bevatten. Gebruik uitsluitend flessen van bruin glas met glazen stop of PTFE stop.
Het laboratoriumglaswerk dient aan meerdere behandelingen met kaliumdichromaat-zwavelzuur te worden onderworpen, gevolgd door wassen met overvloedige hoeveelheden gedestilleerd water. Bovendien dient al het glaswerk vóór gebruik met gezuiverde n-hexaan te worden gespoeld.
Bij toepassing van reinigingsmiddelen dient men te bedenken, dat zelfs spoortjes daarvan een storende invloed kunnen hebben op de methode, doordat UV-licht wordt geabsorbeerd.
Voor het smeren van kranen en slijpstukken mag geen vet worden toegepast; gebruik dient te worden gemaakt van kranen vervaardigd van PTFE. Het is raadzaam al het glaswerk vóór gebruik onder UV-licht te controleren op eventueel aanwezige fluorescerende verontreinigingen.
Aangezien bepaalde polycyclische aromatische koolwaterstoffen gevoelig zijn voor foto-oxidatie, dient de gehele werkwijze onder gedempt licht te worden uitgevoerd.
f. Werkwijze
Controleer de spectrofotometer door bepaling van de extinctie van de standaard referentie-oplossing bij 275 nm in een 1 cm cuvet ten opzichte van isooctaan. Deze extinctie dient ca. 0,30 te zijn.
Meet 25 ml van het paraffinemonster af in een maatcilinder van 25 ml en breng deze hoeveelheid over in een scheitrechter van 100 ml. Meet vervolgens in hetzelfde maatglas 25 ml n-hexaan af, brengt dit in de trechter over en meng.
Voeg met behulp van een pipet 5,0 ml dimethylsulfoxide toe en schud het mengsel 2 min krachtig. Verwijder de stop van de scheitrechter, zodat de vloeistoffilm tussen het slijpstuk van de trechter en de stop in de trechter kan terugvloeien en plaats de stop daarna onmiddellijk weer op de trechter. Laat het geheel 15 min staan.
- Regeling
- Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-05-2026
- BWB-id
- BWBR0034991
- Versie
- 2026-05-29_0