wetzoeker

11.2 — Eisen gesteld aan de vervaardiging Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Eisen gesteld aan de vervaardiging

11.2.1. Voor de vervaardiging van polytetrafluoretheen mogen uitsluitend de hierna genoemde fluorpolymeren en bindharsen worden gebruikt, met dien verstande, dat het onder 11.2.1.1 c. genoemde fluorpolymeer en de onder 11.2.1.2. e. en f. genoemde bindharsen slechts mogen worden gebruikt voor deklagen die niet worden verhit tot een temperatuur boven 140 °C.

11.2.1.1. fluorpolymeren:

a. polytetrafluoretheen

volgens hoofdstuk I, dat voldoet aan de volgende specificatie:

– smeltpunt ten minste 320 °C

– smeltviscositeit bij 380 °C ten minste 50 Pa.s.;

b. copolymeren van tetrafluoretheen en perfluoralkyl(C1-C3)vinylether

en eventueel hexafluorpropeen, voor de vervaardiging waarvan slechts gebruik mag worden gemaakt van de volgende hulpstoffen:

1. katalysatoren:

ammoniumperoxodisulfaat

dibarnsteenzuurperoxide

kaliumperoxodisulfaat

natriumdisulfiet.

2. emulgatoren:

ammoniumperfluoroctanoaat

perfluorpropylether met perfluorpropaanzuur, QMA(T) = 0,01 mg/6 dm2,

QMA(T) betekent in dit specifieke geval dat de restrictie niet mag worden overschreden door de som van de residuen van de volgende verbindingen:

1) hydride van perfluorpropyl ether met perfluorpropaanzuur (= perfluorpropoxy-1,2,2,2-tetrafluorethaan) en

2) hydride van polyperfluorpropyl ether met perfluorpropaan zuur (MW <1000 Da), (= polyperfluorpropoxy-1,2,2,2-tetrafluorethaan (MW < 1000 Da)

polyetheenoxide(4-14)ethers van octyl- of nonylfenol

polyperfluorpropylether met perfluorpropaanzuur, hexafluorpropyleen oxide <5 µg/kg

polyperfluorpropylether met perfluorpropaanzuur, QMA(T) = 0,01 mg/6 dm2, QMA(T) betekent in dit specifieke geval dat de restrictie niet mag worden overschreden door de som van de residuen van de volgende verbindingen:

1) hydride van polyperfluorpropylether met perfluorpropaanzuur (MW <1000 Da), (=. polyperfluoropropoxy-1,2,2,2-tetrafluoroethaan (MW <1000 Da) en

2) hydride van perfluorpropylether met perfluorpropaanzuur (= perfluoropropoxy-1,2,2,2-tetrafluorethaan).

3. overige hulpstoffen:

ammoniumcarbonaat

ammoniumhydroxide

bariumnitraat

methanol

molybdeensulfide

natriumtetraboraat

paraffine, vaste, inbegrepen synthetische, waarvan de absorptie van ultraviolet licht voldoet aan de waarden gesteld in deel B (Methoden van Onderzoek)

poeders van de volgende metalen, respectievelijk legeringen:

brons

corrosiebestendig staal

molybdeen

nikkel

silicaten van aluminium, calcium, magnesium, kalium en natrium, inbegrepen diatomeeënaarde, glasvezel, infusoriënaarde, kaolien, mica en talk

siliciumcarbide

c. copolymeren van tetrafluoretheen en hexafluorpropeen

uitsluitend voor toepassingen tot ten hoogste 140 °C, zie 11.2.1., en die voldoen aan de volgende specificatie:

– smeltpunt ten minste 305 °C

– smeltviscositeit bij 372 °C ten minste 103 Pa.s

– het copolymeer mag voor ten hoogste 5% bestaan uit structurele eenheden afkomstig van perfluoralkyl(C1-C3)vinylether of hexafluorpropeen.

11.2.1.2. bindharsen:

a. polyamidimide:

1. het copolymeer verkregen uit de reactie van bis(4-isocyanatofenyl)methaan met trimellietzuuranhydride en eventueel ethyleenglycolmonomethylether, met een stikstofgehalte tussen 7,8 en 8,2%;

2. het copolymeer verkregen uit de reactie van bis(4-aminofenyl)methaan met benzoylchloride-3,4-dicarbonzuuranhydride;

3. het copolymeer verkregen uit de reactie van het reactieproduct van trimellietzuuranhydride en bis(4-aminofenyl)methaan met bis(4-ethoxyallylaminofenyl)methaan en bis(4-isocyanatofenyl)methaan

b. polyfenyleensulfide:

het polymeer verkregen door reactie van equimolaire hoeveelheden van p-dichloorbenzeen en natriumsulfide, met een zwavelgehalte tussen 28,2 en 29,1%

c. polyethersulfon:

het polymeer verkregen hetzij door polycondensatie van het kaliumzout van 4-chloor-4’-hydroxydifenylsulfon met een zwavelgehalte tussen 13 en 14%, hetzij door polycondensatie van equimolaire hoeveelheden van het dikaliumzout van 4,4-dihydroxydifenylsulfon en 4,4’-dichloordifenylsulfon

d. siliconenhars

e. epoxypolymeren:

volgens hoofdstuk XII, uitsluitend voor toepassingen tot ten hoogste 140 °C, zie 11.2.1.

f. polysulfon:

volgens hoofdstuk I, uitsluitend voor toepassingen tot ten hoogste 140 °C, zie 11.2.1.

Voor de vervaardiging van het eindproduct mag slechts gebruik worden gemaakt van de volgende hulpstoffen:

1. glij- en losmiddelen:

organopolysiloxanen, twee methylgroepen aan elk siliciumatoom bevattend (siliconen)

2. overige hulpstoffen:

dimethylsulfoxide, tot ten hoogste 50 mg/kg in het eindproduct

glasvezels

monochloorbenzeen

natriumhydroxide.

11.2.2. Voor de vervaardiging van het eindproduct mogen uitsluitend de hierna genoemde hulpstoffen worden gebruikt. Deze moeten van een goede technische kwaliteit zijn en mogen niet in grotere hoeveelheden worden gebruikt dan voor de vervaardiging van het eindproduct strikt noodzakelijk is. Behalve de hiervoor genoemde grondstoffen mogen in het eindproduct geen andere stoffen aanwezig zijn dan de hierna genoemde, zomede hun eventuele ontledingsproducten.

a. hechtmiddelen voor deklagen zonder bindhars:

aluminiumfosfaat;

chroomzuur;

fosforzuur

lithiumhydroxide

natriumchloride

siliciumdioxide

b. emulgatoren:

alkyl(C10-C20)sulfaten, natriumzouten;

ammoniumperfluoroctanoaat;

copolymeren van etheenoxide en propeenoxide, die voor meer dan 10% bestaan uit structurele eenheden afkomstig van etheenoxide;

mono en diesters van fosforzuur met eenwaardige, primaire, onvertakte, verzadigde alcoholen, C12 C18, ammonium-, kalium-, natrium- en bis-(2-hydroxyethyl)aminezouten;

mono-2-hydroxyethylammoniumlaurylsulfaat;

naftaleensulfonzuur-formaldehydcondensatieproducten, ammonium-, kalium- en natriumzouten;

polyetheenoxide(4-14)ethers van alkyl(C5-C15)fenol;

polyetheenoxide(4-14)ethers van alcoholen, C5-C15;

sojalecithine;

2,4,7,9-tetramethyl-5-decyn-4,7-diol, ethyleenoxide-adduct;

tris(2-hydroxyethyl)ammoniumoleaat.

c. vulstoffen:

kobaltaluminaat;

mica;

oxiden van aluminium, ijzer, kobalt, mangaan, silicium en titaan;

roet;

siliciumcarbide;

sulfosilicaten van aluminium met natrium.

d. verdikkingsmiddelen:

ethylcellulose;

hydroxyethylcellulose;

methylcellulose.

e. kleurstoffen en pigmenten:

volgens hoofdstuk XI

f. oplosmiddelen:

voor zover het eindproduct blijft voldoen aan het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

g. overige hulpstoffen:

ammoniumperoxodisulfaat;

ceriumoctanoaat;

diethylhydroxyethylamine;

kaliumcitraat;

polyacrylaat, volgens hoofdstuk I;

siliconenolie;

triethylamine;

triethanolfosfaat.

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl