4 — Eisen gesteld aan het eindproduct Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Eisen gesteld aan het eindproduct
4.1. Na de fabricage mogen de eindproducten worden voorzien van een beschermende laag, echter uitsluitend zodanig, dat deze voordat het eindproduct in contact komt met eet- of drinkwaren, op eenvoudige wijze kan worden verwijderd.
4.2. De totale migratie mag onder redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde factor vermeld in bijlage deel B, hoofdstuk I, tabel 4.1, niet meer bedragen dan de waarde 60.
4.3. De specifieke migratie mag onder redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde factor vermeld in bijlage deel B, hoofdstuk I, tabel 4.1, niet meer bedragen dan de hierna bij het desbetreffende bestanddeel aangegeven waarde:
stof / groep stoffen | SML (mg/kg)
sec. alifatische aminen: | NA1
aluminium: | 5
cyanaatgroepen of isocyanaatgroepen: | NA1
epichloorhydrine: | QM = 1 mg/kg EP
peroxiden: | NA1
tolueensulfonchloride: | NA1
prim. alifatische aminen, in totaal: | 3
alkyl (C8-C18) benzeensulfonaten, in totaal: | 30
antimoon: | 0,04
arseen: | 0,002
1,2-benzisothiazoline-3-on: | 30
bis(2-hydroxyethyl)ether en ethaandiol, in totaal: | 30
2,2-bis(4-hydroxyfenyl)propaan: | 0,05
bismuth: | 1
p-tert.butylbenzoezuur: | 0,1
benzylbutylftalaat: | 0,62
cadmium: | 0,005
chroom: | 0,25
dibutylftalaat: | 0,62
dicyclohexylftalaat: | 30
diethyleenglycolmonoethylether en triethyleen-
glycolmonoethylether, in totaal: | 30
di(2-ethylhexyl)ftalaat: | 0,62
epoxygroepen bevattende stoffen, andere dan geëpoxideerde lijn- en sojaolie, in totaal: | 5 mg/kg in EP (als epoxy groep, MG = 43)
ftaalzuur, diësters met primaire verzadigde C9-C11-alcoholen met meer dan 90% C10 | 1,8
fenolische verbindingen, in totaal: | 15 (als fenol)
o-fenylfenol, natriumzout: | 0,1
formaldehyd en hexamethyleentetramine, in totaal: | 15
fosforzure esters van geëpoxideerd polybutadieen met eindstandige hydroxylgroepen: | 0,05
kobalt: | 0,02
koper: | 4
lithiumverbindingen, in totaal: | 0,048 (als lithium)
lood: | 0,013
mangaan: | 1,8
melamine: | 2,5
nikkel: | 0,14
primaire aromatische aminen | NA4
2,4,7,9-tetramethyl-5-decyn-4,7-diol, ethyleenoxide-adduct: | 0,05
vanadium: | 0,01
zink: | 5
zirkonium: | 25
barium: | 1,2
beryllium: | 0,01
ijzer: | 40
kwik: | 0,003
molybdeen: | 0,12
thallium: | 0,0001
tin: | 100 (tenzij anders bepaald in verordening (EU) 2023/915)19
zilver: | 0,08
1Met de term ‘NA’ (niet aantoonbaar) wordt – voor praktische toepassing – bedoeld een waarde van ten hoogste 0,05.
2 De SML geldt voor de som van dibutylftalaat (DBP), di-isobutylftalaat (DIBP), benzylbutylftalaat (BBP) en di(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP), uitgedrukt als DEHP-equivalenten met behulp van de volgende formule: DBP*5 + DIBP*4 + BBP *0,1 + DEHP*1.
3 Niet van toepassing op vertind staalplaat dat gebruikt wordt als verpakking van levensmiddelen.
4Het gehalte wordt uitgedrukt als aniline. De aantoonbaarheidsgrens is 0,002 mg/kg levensmiddel of levensmiddelsimulant.
5Voor gepassiveerde metalen die in contact (kunnen) komen met zure levensmiddelen moet de overeenstemming met de SML voor zirkonium worden aangetoond in het voedsel zelf, of anders in 1.5% citroenzuur.
19 Verordening (EU) 2023/915 van de Commissie van 25 april 2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1881/2006 (PbEU 2023, L 119).
4.4. Indien bij de vervaardiging of verwerking van de in dit hoofdstuk omschreven materialen gebruik is gemaakt van in andere hoofdstukken omschreven materialen, dienen de op die materialen betrekking hebbende limieten voor de specifieke migratie van bestanddelen eveneens in acht te worden genomen.
4.5. Indien de in dit hoofdstuk omschreven verpakkingen en gebruiksartikelen bestemd zijn om uitsluitend in contact te komen met een bepaalde eet- of drinkwaar, dient de specifieke migratie van de onder 4.3 genoemde metalen in die eet- of drinkwaar te worden bepaald onder de proefomstandigheden genoemd in bijlage deel B, hoofdstuk I, onderdeel 4.1.1.2. Indien zij bestemd zijn voor contact met niet met name genoemde eet- of drinkwaren dienen de migratieproeven, in afwijking van het bepaalde in bijlage deel B, hoofdstuk I, onderdeel 4.1.1.2, onderdeel 1, met 3% azijnzuur te worden uitgevoerd
24 De afgifte van metalen aan levensmiddelen verloopt volgens een complex proces dat afhankelijk is van de samenstelling van het levensmiddel, de aanwezigheid van zuurstof en de toepassing van temperatuursbehandelingen. Simulatie van de afgifte van metalen in bijvoorbeeld 3% azijnzuur in containers die onder praktijkomstandigheden hermetisch worden gesloten, is in een laboratoriumopstelling niet haalbaar. Wijzigingen voor het beoordelen van hermetisch gesloten verpakkingen, betreffende de overeenstemming met de eisen, zijn in voorbereiding en worden binnenkort bekend gemaakt.
.
4.6. De migratie van metalen uit de in dit hoofdstuk omschreven verpakkingen en gebruiksartikelen, die reeds in contact zijn met eet- of drinkwaar, dient in die eet- of drinkwaar te worden bepaald.
4.7. De migratieëisen volgens 4.2 en 4.3 zijn niet van toepassing op afdichtmiddelen voor deksel- en bodemfelsnaden volgens onderdeel 2.2 f.
4.8. De afgifte van monomeren /uitgangsstoffen waaruit condensatieproducten, harsen en polymerisatieproducten worden samengesteld, alsmede de gebruikte additieven moeten voldoen aan de algemene en specifieke eisen die voor deze stoffen in dit besluit zijn vermeld.
4.9. De conformiteit van de materialen en voorwerpen wordt door de exploitant aangetoond door middel van een schriftelijke verklaring overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1935/2004 en paragraaf 0.9. van Hoofdstuk 0, bijlage deel A.
- Regeling
- Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-05-2026
- BWB-id
- BWBR0034991
- Versie
- 2026-05-29_0