wetzoeker

3 — Gebruiksartikelen Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

Gebruiksartikelen

Gebruiksartikelen mogen uitsluitend worden vervaardigd uit de hierna genoemde materialen:

a. basismateriaal:

aluminium, al dan niet gelegeerd en al dan niet anodisch geoxideerd of geëloxeerd;

gietijzer, al dan niet gelegeerd;

goud, platina en zilver, al dan niet gemengd of al dan niet gelegeerd met koper, nikkel, tin of zink en ten hoogste 0,5% cadmium bevattend;

koper, al dan niet gelegeerd, ten hoogste 2% lood bevattend. In afwijking hiervan mogen koperlegeringen in toepassingen, waar zelfsmerende eigenschappen vereist worden, ten hoogste 5% lood bevatten;

magnesium, al dan niet gelegeerd;

nikkel, al dan niet gelegeerd;

staal, al dan niet gelegeerd;

tin, al dan niet gelegeerd, ten hoogste 0,5% lood bevattend;

titaan, al dan niet gelegeerd;

zink, al dan niet gelegeerd.

b. solderen:

legeringen, in hoofdzaak bestaande uit koper, lood, tin, zilver of zink, die voldoen aan de volgende specificatie:

gehalte aan antimoon: ten hoogste 3%

gehalte aan arseen: ten hoogste 0,05%

gehalte aan bismuth: ten hoogste 0,1%

gehalte aan cadmium: ten hoogste 0,5%.

Evenwel mogen in afwijking van het hierboven gestelde solderen met ten hoogste 20% cadmium worden gebruikt, indien de gesoldeerde plaatsen volledig met een metallische deklaag worden afgedekt.

c. lasmaterialen:

van zodanige samenstelling, dat de lasverbinding voldoet aan het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

d. metallische deklagen:

uitsluitend deklagen van de hierna genoemde metalen mogen op de onder a. genoemde basismaterialen worden aangebracht:

aluminium, koper, nikkel en zink, zoals omschreven onder a. basismateriaal;

chroom, al dan niet gelegeerd;

goud, platina en zilver, al dan niet gemengd of al dan niet gelegeerd met koper, nikkel, tin of zink en ten hoogste 0,5% cadmium bevattend;

tin, zoals omschreven in paragraaf 2 onder 2.1 c.

Bovengenoemde basismaterialen en metallische deklagen mogen gepassiveerd zijn door middel van een chemische of elektrochemische nabehandeling met chroom, mangaan, titaan, tin, en/of zirkonium en/of hun oxiden en/of hun anorganische zouten, en een polymeer dat voldoet aan hoofdstuk 0, punt 0.3 (e), en/of hoofdstuk I en/of X.

e. organische deklagen:

van zodanige samenstelling als omschreven in paragraaf 2 onder 2.2 g.

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl