3 — Indeling van rubberproducten in categorieën Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Indeling van rubberproducten in categorieën
3.1. Rubberproducten worden voornamelijk als gebruiksartikelen toegepast. Het contact met eet- of drinkwaren is veelal zeer kort en het contactoppervlak zeer klein. In dergelijke gevallen is de migratie van componenten in de eet- of drinkwaar in hoeveelheden, die schadelijk voor de volksgezondheid zijn, te verwaarlozen en behoeven geen migratieproeven te worden uitgevoerd.
3.2. Het criterium, evenwel, ter beoordeling, of de migratie inderdaad verwaarloosbaar is, is de uitkomst van het product van vier factoren R1 t/m R4, die verband houden met respectievelijk het relatief contactoppervlak, de contacttemperatuur, de contacttijd en het aantal malen, dat het gebruiksvoorwerp wordt gebruikt. Uitgezonderd van deze regeling zijn de artikelen, die vallen onder Categorie I.
3.3. Categorie I omvat rubberproducten, waaraan op grond van hun toepassing bijzondere aandacht moet worden besteed, met name babyspenen en artikelen, die bestemd zijn om door baby of peuter in de mond genomen te worden, alsmede artikelen bestemd om in aanraking te komen met babyvoedsel; deze laatste echter alleen, indien zij niet volgens de berekening in Categorie III ondergebracht zouden moeten worden.
Categorie II omvat rubberproducten, waarvoor het product van de factoren R1, R2, R3 en R4 groter is dan 0,001, zodat migratieproeven volgens deel B (Methoden van Onderzoek) uitgevoerd dienen te worden.
Categorie III omvat rubberproducten, waarvoor het product van de genoemde factoren kleiner is dan 0,001 en waarvoor de migratie van componenten derhalve is te verwaarlozen.
3.4. De factoren R1, R2, R3 en R4 worden als volgt gedefinieerd en bepaald:
R1 houdt verband met het relatieve contactoppervlak (RO) tussen rubber voorwerp en de eet- of drinkwaar, uitgedrukt in cm2 rubberoppervlak per kg eet- of drinkwaar. Voor een relatief oppervlak kleiner dan of gelijk aan 100 cm2/kg heeft
R1 een waarde volgens de formule:
Voor een relatief oppervlak groter dan 100 cm2/kg heeft R1 steeds de waarde 1,00
R2houdt verband met de temperatuur, waarbij het contact tussen het rubberproduct en de eet- of drinkwaar plaats vindt. Voor een temperatuur lager dan of gelijk aan 130 °C heeft R2 een waarde volgens de formule:
R = 0,05 e0,023T
In deze formule is ‘e’ het grondgetal van de natuurlijke of Naperiaanse logarithmen en T de contacttemperatuur, uitgedrukt in °C. Voor een temperatuur hoger dan 130 °C heeft R2 steeds de waarde 1,00.
R 3houdt verband met de tijd t gedurende welke een rubberproduct in contact is met de eet- of drinkwaar, uitgedrukt in uren. Voor een contacttijd korter dan of gelijk aan 10 uren heeft R3 een waarde volgens de formule:
Voor een contacttijd langer dan 10 uur heeft R3 steeds de waarde 1,00.
R4 houdt verband met het aantal malen N, dat eenzelfde rubber voorwerp opnieuw met een hoeveelheid eet of drinkwaar in contact wordt gebracht.
Voor een aantal malen groter dan 1.000 wordt R4 berekend volgens de formule:
10log R4 = 6 – 210log N
Voor een aantal malen kleiner of gelijk aan 1.000 heeft R4 steeds de waarde 1,00.
- Regeling
- Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-05-2026
- BWB-id
- BWBR0034991
- Versie
- 2026-05-29_0