wetzoeker

Verklaring van overeenstemming Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen

De in paragraaf 0.9 bedoelde schriftelijke verklaring bevat de volgende gegevens:

1. de identiteit en het adres van de exploitant die de verklaring van overeenstemming afgeeft;

2. de identiteit en het adres van de exploitant die de materialen of voorwerpen, tussenproducten of halffabricaten daarvan of voor de vervaardiging van die materialen of voorwerpen bestemde stoffen produceert of importeert;

3. de identiteit van de materialen of voorwerpen, tussenproducten of halffabricaten daarvan of voor de vervaardiging van die materialen of voorwerpen bestemde stoffen;

4. de datum van de verklaring;

5. de bevestiging dat de materialen of voorwerpen, tussenproducten of halffabricaten daarvan, of stoffen voldoen aan de desbetreffende voorschriften van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 1935/2004;

6. adequate informatie over de gebruikte stoffen of afbraakproducten daarvan, waarvoor in de hoofdstukken I – XII van bijlage deel A beperkingen of specificaties zijn vastgelegd, zodat de exploitanten verderop in de keten kunnen waarborgen dat aan die beperkingen of specificaties wordt voldaan;

7. het gebruik van stoffen toegelaten in levensmiddelen

i) adequate informatie

16 Indien de migratie van een dual use additief uit een verpakking NIET een significante bijdrage kan leveren, is het niet noodzakelijk om de aanwezigheid van het additief te vermelden aan de volgende partij in de keten. Een significante bijdrage is hier gedefinieerd als een migreerbare hoeveelheid additief die maximaal 5% van de limiet in de relevante voedseltypes bedraagt.

over de stoffen waarvoor in levensmiddelen een beperking geldt, verkregen op grond van experimentele gegevens of theoretische berekeningen, over de specifieke migratie van die stoffen

ii) adequate informatie over zuiverheidseisen overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 231/2012

17 Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PbEU 2012, L 83).

, indien het stoffen betreft die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid (b.v. mutagene stoffen) of,

iii) adequate informatie over de migratie van onzuiverheden overeenkomstig paragraaf 0.4.2 (d),

zodat de gebruiker van deze materialen en voorwerpen de desbetreffende EU-bepalingen of, bij ontbreken daarvan, de nationale bepalingen met betrekking tot levensmiddelen kan naleven;

8. de specificaties voor het gebruik van het materiaal of het voorwerp, zoals:

i) de soort(en) levensmiddelen waarmee het in contact mag komen;

ii) maximale duur en de temperatuur tijdens behandeling en opslag van de levensmiddelen;

iii) de verhouding tussen de oppervlakte die met levensmiddelen in contact komt en het volume, op grond waarvan is bepaald dat het materiaal of voorwerp aan de voorschriften voldoet.

9. wanneer een stof als bedoeld in paragraaf 0.3 (e) is gebruikt, dient te worden aangegeven dat het principe van ‘geen migratie’ wordt toegepast voor de conformiteit met artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1935/2004.

Regeling
Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-05-2026
BWB-id
BWBR0034991
Versie
2026-05-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl