wetzoeker

B — Herziening ten nadele in andere gevallen Aanwijzing herziening ten nadele

Herziening ten nadele in andere gevallen

Herziening ten nadele is, naast het geval van een novum, mogelijk in de volgende gevallen.

– Als de uitspraak berust op stukken waarvan nadien de valsheid is vastgesteld en het ernstige vermoeden bestaat dat, indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, verdachte zou zijn veroordeeld (artikel 482a, eerste lid, onder b, Sv).

– Als is komen vast te staan dat een getuige of deskundige zich in de strafzaak schuldig heeft gemaakt aan meineed en het ernstige vermoeden bestaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, verdachte zou zijn veroordeeld (artikel 482a, eerste lid, onder c, Sv).

– Als na het onherroepelijk worden van de uitspraak is komen vast te staan dat de gewezen verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de in de wet genoemde gevallen van omkoping, bedreiging of dwang (artikelen 177-178, 179, 284, 284a, 285, 285a van het Wetboek van Strafrecht) en het ernstige vermoeden bestaat dat, indien de verdachte dat feit niet zou hebben begaan, deze zou zijn veroordeeld (artikel 482a, eerste lid, onder d, Sv).

– Als is komen vast te staan dat de rechter zich met betrekking tot de aan zijn oordeel onderworpen zaak schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 364 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf van omkoping (artikel 482a, tweede lid, Sv).

Regeling
Aanwijzing herziening ten nadele
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-02-2014
BWB-id
BWBR0034729
Versie
2014-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl