wetzoeker

A — Herziening ten nadele in het geval van een ‘novum’ Aanwijzing herziening ten nadele

Herziening ten nadele in het geval van een ‘novum’

Het novum is omschreven in artikel 482a, eerste lid, aanhef en onder a, Sv.

Herziening ten nadele is op grond van een novum mogelijk als sprake is van een gegeven dat aan de rechter tijdens de behandeling ter terechtzitting niet bekend was én het ernstige vermoeden bestaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, de gewezen verdachte zou zijn veroordeeld voor een opzettelijk begaan misdrijf dat de dood van een ander tot gevolg heeft gehad.

Ingevolge het bepaalde in het vijfde lid van artikel 482a Sv is medeplichtigheid aan, poging tot en voorbereiding van het hier bedoelde misdrijf daaronder niet begrepen.

In het derde lid van artikel 482a Sv is bepaald dat alleen een geloofwaardige bekentenis van de gewezen verdachte of diens medeverdachte dan wel de resultaten van technisch onderzoek als een novum kunnen worden aangemerkt.

Bij gelegenheid van de parlementaire behandeling

2 Handelingen I 2012/13, 32 044, p. 23-3-5.

van het wetsvoorstel heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de Eerste Kamer der Staten-Generaal toegezegd dat in de beleidsregels van het OM zal worden opgenomen dat herzieningsaanvragen op grond van een novum beperkt dienen te blijven tot de gevallen waarin het novum betrekking heeft op een misdrijf waardoor opzettelijk de dood van de ander is veroorzaakt. Onder het opzettelijk veroorzaken van andermans dood is voorwaardelijk opzet begrepen.

In het licht hiervan hanteert het College van procureurs-generaal bij de beoordeling van de vraag of een aanvraag tot herziening ten nadele op grond van een novum zal worden gedaan, als criterium:

Er is sprake van een gegeven dat aan de rechter tijdens de behandeling ter terechtzitting niet bekend was en waardoor het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, de zaak zou zijn geëindigd in een veroordeling van de gewezen verdachte voor een misdrijf waardoor opzettelijk (al dan niet in voorwaardelijke zin) de dood van een ander is veroorzaakt.

In de tot herziening strekkende schriftelijke vordering, als bedoeld in artikel 482b Sv, wordt met inachtneming van dit criterium aangegeven op grond van welke gegevens herziening wordt aangevraagd en uit welke bewijsmiddelen die gegevens blijken.

De vordering van de officier van justitie op grond van het tweede lid van artikel 482c Sv, gericht tot de rechter-commissaris, heeft tot doel om ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag nader onderzoek te verrichten. Naast het inhoudelijk onderzoek naar de feiten zal dat onderzoek mede gericht kunnen zijn op de vraag of voldaan is aan voormeld criterium.

Regeling
Aanwijzing herziening ten nadele
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-02-2014
BWB-id
BWBR0034729
Versie
2014-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl