wetzoeker

Artikel 8 Verordening op de klachtbehandeling

Klachtbehandeling

1 De Klachtencommissie is niet verplicht de klacht in behandeling te nemen:

a. indien zij betrekking heeft op een gedraging die door de indiening van een klacht aan het oordeel van de klachtencommissie of een klachtinstantie van een accountantsorganisatie of accountantskantoor is onderworpen, dan wel onderworpen is geweest;

b. indien tussen het moment van constateren of redelijkerwijs kunnen constateren van het handelen of nalaten en het moment van indiening een periode van drie jaar is verstreken;

c. indien tussen het moment van handelen of nalaten en het moment van indiening een periode van zes jaar is verstreken;

d. indien zij betrekking heeft op een gedraging die door de indiening van een klacht aan het oordeel van de accountantskamer is onderworpen, dan wel onderworpen is geweest;

e. zolang ter zake van de gedraging waarop de klacht betrekking heeft een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.

2 De Klachtencommissie neemt een klacht niet in behandeling indien niet is voldaan aan enig bij verordening gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van klachten.

3 De voorzitter van de Klachtencommissie beslist op voordracht van de secretaris omtrent het niet in behandeling nemen van een klacht.

4 Van het niet in behandeling nemen van de klacht stelt de Klachtencommissie klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis.

Regeling
Verordening op de klachtbehandeling
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0034671
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl