Criteria voor het uitvoeren van handeling 26 Besluit vaststelling selectielijst deelbeleidsterrein personeelszaken, t.w. het personeelsdossier, over de periode vanaf 1946 (Eerste Kamer der Staten-Generaal)
Criteria betreffende de aard van de gegevens
1. Informatie over invloedrijke personen;
2. Informatie over opvallende personen;
3. Informatie over bijzondere gebeurtenissen;
4. Informatie over werkprocessen en uitvoeringsaspecten;
5. Informatie over aspecten van de organisatie die om een of andere reden in het P-dossier is terecht gekomen.
Criteria betreffende de relatieve informatiewaarde
6. Mate van uniciteit van informatie;
7. Mate van diversiteit en uitgebreidheid van informatie.
Ad 1 en 2. Hierbij gaat het om dossiers van ambtenaren die op zichzelf en niet perse specifiek als ambtenaar invloedrijk en opvallend zijn, maar waarbij de gegevens in het dossier een aanvulling kunnen vormen op het algemeen bekende beeld of biografie van de persoon. Het betreft bijvoorbeeld hoge ambtenaren die een overstap hebben gemaakt naar het bedrijfsleven, een internationale organisatie, een non gouvernementele organisatie (NGO) of andere sectoren binnen de overheid (rijk, gemeenten en provincies, ZBO's).
Ad 3. Hierbij moet worden gedacht aan gegevens over de belangrijke (doorslaggevende) betrokkenheid van een ambtenaar bij een bijzondere gebeurtenis
Ad 1 t/m 3. Een dossier wordt ook voor blijvende bewaring geselecteerd indien daarin neerslag aanwezig is over het opleggen of naleven van bijzondere, afwijkende individuele verplichtingen; zie handeling 14. Tevens wordt een dossier voor blijvende bewaring geselecteerd indien dit betrekking heeft op het behandelen van delicate zaken die in verband staan met een incident of andere bijzondere gebeurtenis voor de organisatie; zie handeling 15.
Gelet op de criteria 1 t/m 3 kunnen ook dossiers van hierna genoemde ambtenaren geselecteerd worden voor bewaring: ambtenaren die betrokken waren bij een incident waar de positie van de Eerste Kamer in geding is geweest, ambtenaren-klokkenluiders, ambtenaren die in de publiciteit zijn geweest, (voormalige) ambtenaren die in het kader van een andere functie van zich hebben doen spreken en maatschappelijke aandacht hebben getrokken (bijv. politici), ambtenaren waarbij gewetensbezwaren een rol hebben gespeeld bij hun functioneren en /of ontslag en dossiers van functionarissen in de directe omgeving van het hogere echelon, zoals bodes, plv. griffiers, secretaresses en chauffeurs.
Ad 4. Hierbij moet worden gedacht aan gegevens over ontwerp, bijstelling of beëindiging van werkprocessen die een belangrijk deel van het takenpakket van de Kamer uitmaken en aan uitvoeringsaspecten, zoals bijzondere opdrachten en instructies, of aspecten die binnen de politiek en/of maatschappij tot ophef hebben geleid.
Ad 5. Hierbij kan worden gedacht aan persoonlijk archief, bureauarchief, instructies etc.
Ad 6. Hierbij gaat het erom of de stukken gezien de aard van personeelsdossiers unieke informatie bevatten. Bijvoorbeeld: stukken betreffende de bezoldiging zijn niet uniek, stukken betreffende een afwijkende bezoldiging kunnen dat wel zijn. Of een instructie, die nergens anders te vinden is en uniek is voor die ene ambtenaar, of die periode.
Ad 7. Hierbij gaat het erom of de informatie in het personeeldossier van meer bronnen afkomstig is. Zijn er ook bijlagen, rapporten, verslagen, correspondentie van andere bronnen dan een personeelsafdeling of de direct leidinggevende
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst deelbeleidsterrein personeelszaken, t.w. het personeelsdossier, over de periode vanaf 1946 (Eerste Kamer der Staten-Generaal)
- Soort
- KB
- Geldend vanaf
- 02-01-2014
- BWB-id
- BWBR0034592
- Versie
- 2014-01-02_0