wetzoeker

7 — Kader voor de aanpak van Ondermijningszaken Aanwijzing voor de opsporing

Kader voor de aanpak van Ondermijningszaken

Ondermijnende criminaliteit is meestal minder zichtbaar maar is (al dan niet op termijn) ontwrichtend voor de samenleving. Dit komt doordat de maatschappelijke structuren worden aangetast door de verwevenheid van onderwereld met de bovenwereld of doordat de strafbare feiten worden gepleegd door de (top van) de bovenwereld. Kenmerk van deze zaken is, dat ze vaak in georganiseerd verband worden gepleegd en er grote financiële belangen mee zijn gemoeid. Voor de aanpak daarvan zijn landelijk prioriteiten gesteld, zowel ten aanzien van de aantallen opsporingsonderzoeken als ten aanzien van de vormen van ondermijnende criminaliteit die bij voorrang moeten worden aangepakt.

Deze landelijke prioriteiten en de daarmee samenhangende regionale en landelijke afspraken

9 Deze afspraken zijn opgenomen in onder andere de Regionale Veiligheidsplannen, de RIEC-convenanten, Richtlijnen aanmelding en afhandeling fiscale delicten (AAFD-richtlijnen) en de handhavingsarrangementen die het Functioneel Parket sluit met ketenpartners, Beleidsbrief BOD’en, het Richtsnoer Aanmelding en Afstemming milieudelicten (RAAM) en de door de Strategische Milieukamer benoemde prioritaire thema’s.

met (bijzondere) opsporingsdiensten en bestuur zijn richtinggevend in de keuze van de onderzoeken.

Deze vorm van criminaliteit leent zich in zijn algemeenheid voor een geïntegreerde of programmatische aanpak. Dat betekent dat per zaak wordt bekeken welke (combinatie van) interventies het meest efficiënt is.

Naast de landelijke prioriteiten zijn de volgende elementen van belang bij de keuze voor een strafrechtelijke aanpak van een concrete zaak:

• De mate waarin er sprake is van aantasting van de integriteit van stelsels

10 Hierbij gaat het met name om het verzwakken of misbruiken van sociaal-culturele, economische, politieke, technologische en ecologische fundamenten van onze maatschappij.

, criminaliteit met handelsstromen of financiële en/of onomkeerbare (gezondheids) schade;

• De mate waarin wederrechtelijk verkregen vermogen is verworven en afgenomen kan worden,

• De noodzaak om, anders dan enkel ten behoeve vaneen strafrechtelijke interventie, het strafrechtelijk onderzoek in te zetten om de feiten vast te stellen en/of andere (keten)partners in staat te stellen te interveniëren;

• De mate van impact op individuele slachtoffers en/of de maatschappij;

• De mate waarin bij een integrale aanpak andere dan strafrechtelijke interventies alleen, kunnen leiden tot een effectiever resultaat;

• Ketenpartners en/of burgers die in de geïntegreerde aanpak hun verantwoordelijkheid nemen door zelf preventieve en/of civiel-rechterlijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen te nemen, moeten kunnen rekenen op een bijdrage van OM en de opsporing in de aanpak van bepaalde vormen van criminaliteit. Dit kan betekenen dat het OM en de opsporing vanuit die wederkerigheid besluiten tot een opsporingsonderzoek en daarop volgende strafrechtelijke interventie;

• De mate waarin, door middel van de keuze voor een specifiek onderzoek, een maatschappelijke discussie op gang kan komen.

Regeling
Aanwijzing voor de opsporing
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2014
BWB-id
BWBR0034586
Versie
2014-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl