wetzoeker

Artikel 3 Loodsenregisterverordening

Frequentie-eisen en doorhaling

1 Op het samenstel van de loodsplichtige scheepvaartwegen waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste zeventig loods- of peilreizen maken.

2 Op andere dan de in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet bedoelde scheepvaartwegen, de Westerschelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste vier loods- of peilreizen maken.

3 Als bewijs van een loods- of peilreis geldt:

a. Een op naam van de betreffende registerloods geregistreerde en verrichte loods- of peilreis in een door de algemene raad aangewezen geautomatiseerd inzet- en planningssysteem; of

b. een schriftelijke verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, waaruit blijkt dat de registerloods een loods- of peilreis heeft gemaakt, onder vermelding van de betreffende scheepvaartweg en de datum van die loods- of peilreis.

Regeling
Loodsenregisterverordening
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2014
BWB-id
BWBR0034558
Versie
2014-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl