wetzoeker

Instellingsbesluit commissie De Jong

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 11 december 2013, kenmerk 443885, houdende instelling van de commissie De Jong (Instellingsbesluit commissie De Jong)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-12-2013
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0034477
Versie
2013-12-24_0
SHA-256 bron
cc64f6b080811a2a4da2c6141f8bff1db6a3c1ad6e9cabfff6520016cc085ce1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

b. de commissie: de commissie De Jong;

Artikel 2

Er is een commissie De Jong.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak voor één februari 2014 een advies op te stellen over:

a. Op welke wijze het validatiestelsel filantropie verplicht dient te worden gemaakt voor alle charitatieve ANBI’s;

b. Hoe taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot het beheer van het validatiestelsel dienen te worden belegd.

Artikel 4

1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.

2 De commissie bestaat uit deskundigen op het snijvlak van de filantropie, de fiscaliteit, toezicht en staats- en bestuursrecht

3 De leden van de commissie worden op eigen aanvraag door de Minister tussentijds ontslagen.

4 De leden kunnen voorts door de Minister worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

5 Nieuwe leden van de commissie worden, op aanbeveling van de voorzitter, door de Minister benoemd.

Artikel 5

Als leden van de commissie worden benoemd:

a. De heer drs. G. de Jong, oud-lid van de Algemene Rekenkamer, thans gepensioneerd, tevens voorzitter;

b. De heer professor dr. S.E. Zijlstra, hoogleraar staats- en bestuursrecht bij de Vrije Universiteit te Amsterdam;

c. De heer professor dr. mr. M. Pheijffer RA, hoogleraar accountancy en forensische accountancy bij de Universiteit Leiden en NijenRode;

d. De heer mr. M.L.A. van Rij, senior partner EY;

e. De heer professor dr. ing. F.J.H. Mertens, hoogleraar toezicht bij de Technische Universiteit te Delft.

Artikel 6

1 De heer mr. B. Franssen is secretaris van de commissie.

2 De secretaris is voor zijn inhoudelijke werkzaamheden verantwoording schuldig aan de commissie.

3 De secretaris is geen lid van de commissie.

Artikel 7

1 Het advies als bedoeld in artikel 3, wordt algemeen beschikbaar gesteld.

2 Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van het advies, dan stelt zij de Minister daarvan onverwijld op de hoogte.

3 De Minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn als bedoeld in artikel 3 en brengt de commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.

Artikel 8

1 De leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vergoeding per vergadering. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedraagt deze vergoeding 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, met dien verstande dat aan de voorzitter een vergoeding wordt toegekend van 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie wordt toegekend.

2 De leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten conform artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Artikel 9

Zodra de commissie advies heeft uitgebracht aan het bestuurlijk overleg van de ondertekenende partijen van het convenant “Ruimte voor geven”, als bedoeld in artikel 3, eindigen de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 10

De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgedragen aan het archief van het Ministerie van van Veiligheid en Justitie.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2013.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie De Jong.