wetzoeker

3.5 — Uiteenlopende standpunten Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten

Uiteenlopende standpunten

Wanneer de verbalisant en de verdachte van mening verschillen met betrekking tot de noodzaak tot het horen van de verdachte met behulp van een tolk of met betrekking tot de taalkeuze, legt de verbalisant de kwestie voor aan een (hulp)officier van justitie die terzake beslist. Hierbij dient de verdachte, gelet op het belang van een juiste weergave van een in het kader van het opsporingsonderzoek afgelegde verklaring en het recht van de verdachte te weten waarvan hij wordt beschuldigd, in beginsel het voordeel van de twijfel te krijgen. Slechts indien de(hulp)officier van justitie in redelijkheid kan veronderstellen dat de verdachte de Nederlandse taal voldoende beheerst, kan hij afwijzend op een verzoek van de verdachte beslissen.

Regeling
Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2014
BWB-id
BWBR0034399
Versie
2014-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl