wetzoeker

3.2 — Bevoegdheid beoordeling/beslissing tolkenbijstand Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten

Bevoegdheid beoordeling/beslissing tolkenbijstand

In eerste instantie beoordeelt de verbaliserende ambtenaar of de verdachte de Nederlandse taal (voldoende) beheerst. Indien de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, roept de verbalisant de bijstand van een tolk in, met inachtneming van het bepaalde in art. 28 van de Wet beëdigde tolken en vertalers (zie § 3.7).

In geval van twijfel en in geval de verbalisant en de verdachte van mening verschillen met betrekking tot de taalkeuze, neemt de verbalisant contact op met de (hulp)officier van justitie, die vervolgens terzake beslist (zie ook § 3.5).

Regeling
Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2014
BWB-id
BWBR0034399
Versie
2014-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl