wetzoeker

Artikel 3 Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013

1 Bij de uitoefening van het ouderlijk gezag, zoals bedoeld in artikel 1, wordt Onze voornoemde echtgenote bijgestaan door een College van Toezicht, dat aanstonds na het in werking treden van deze wet wordt samengesteld.

2 Leden van dit College zijn twee bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, aan te wijzen Nederlanders alsmede de vicepresident van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de president van de Hoge Raad der Nederlanden.

3 Zo spoedig mogelijk nadat de minderjarige opvolger Koning is geworden en de leden de bij artikel 6 voorgeschreven eed of belofte hebben afgelegd, roept de vicepresident van de Raad van State, die als voorzitter van het College fungeert, het College bijeen teneinde een secretaris te doen benoemen en de orde der werkzaamheden en de bijeenkomsten te doen regelen.

Regeling
Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2015
BWB-id
BWBR0034369
Versie
2015-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl