wetzoeker

Wet bepaling van de jaarlijkse uitkering aan de regent

Wet van 4 december 2013 tot bepaling van de jaarlijkse uitkering aan de regent

Soort
Wet
Geldend vanaf
18-12-2013
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0034367
Versie
2013-12-18_0
SHA-256 bron
2c66ef301621a529dae81cc75285567d8a78ca7f3634b1aa5b6b41a691951d90

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

De regent ontvangt jaarlijks een uitkering ten laste van het Rijk die in mindering wordt gebracht op de jaarlijkse uitkering aan de Koning.

Artikel 2

De uitkering aan de regent is uit de volgende gedeelten samengesteld:

– het gedeelte van de uitkering aan de Koning dat betrekking heeft op het inkomensbestanddeel, vermeld onder A van de in het tweede lid van artikel 1 van de Wet financieel statuut van het koninklijk huis opgenomen tabel, verminderd met het gedeelte van het bedrag van de uitkering aan de echtgenoot of echtgenote van de Koning vermeld onder A van deze tabel;

– het gedeelte van de uitkering aan de Koning dat betrekking heeft op de personele en materiële uitgaven, vermeld onder B van de in het tweede lid, van artikel 1 van de Wet financieel statuut van het koninklijk huis opgenomen tabel, verminderd met een tiende deel hiervan.

Artikel 3

De in de artikelen 1 en 2 bedoelde uitkering is vrij van persoonlijke belastingen.

Artikel 4

Bij koninklijk besluit kan aan de regent ten laste van het Rijk een woon- en werkverblijf tot gebruik ter beschikking worden gesteld.

Artikel 5

De Wet van 2 december 1981, houdende bepaling van de som voor de kosten van het regentschap (Stb. 1981, 730), wordt ingetrokken.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.