wetzoeker

Artikel 6 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013

1 De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst.

2 De hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst kan met inachtneming van artikel 12 binnen zijn organisatieonderdeel ten aanzien van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan:

a. de directeuren;

b. het hoofd Klant en Services;

c. project- of programmamanagers van projecten of programma’s met een waarde groter dan € 50.000.000;

d. de afdelingshoofden;

e. de senior adviseurs van de afdeling Bestuurlijk Juridische zaken en Vastgoed/Schade, voor zover het schadeafhandeling betreft;

f. de directeur/kwartiermaker van het onderdeel NOVA;

g. de directeuren van allianties;

h. de project- of programmadirecteur, de project-of programmamanager en de projectleider van het onderdeel NOVA;

i. het afdelingshoofd Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC);

j. de Manager Nationale Bewegwijzeringsdienst, en

k. de coördinerend specialistisch adviseur van het onderdeel NOVA aangewezen door de hoofdingenieur-directeur.

3 De in het tweede lid, onder c en e, genoemde functionarissen worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.

Regeling
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-05-2025
BWB-id
BWBR0034184
Versie
2025-05-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl