wetzoeker

Stimuleringsregeling voor innovatie en promotie

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
03-11-2013
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Mondriaan Fonds
BWB-id
BWBR0034135
Versie
2013-11-03_0
SHA-256 bron
6617898f5bd372804675b304fe0849e07853ce21fdb90e03f122ebe1999f8d9a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (19)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Hoofdstuk III — Bijzondere projecten
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17
  19. Artikel 18

Hoofdstuk I — Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de stichting: het Mondriaan Fonds.

b. de raad van toezicht: de raad van toezicht van het Mondriaan Fonds.

b. het bestuur: de directeur/bestuurder van het Mondriaan Fonds.

c. de adviescommissie bijzondere projecten: de commissie zoals bedoeld in artikel 7 en verder van deze regeling.

Hoofdstuk II — Doel

Artikel 2

Ingevolge de doelstelling van het Mondriaan Fonds, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, kan het bestuur projecten initiëren om activiteiten te bevorderen die van belang zijn voor de kwaliteit en de betekenis van de beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland dan wel de totstandkoming van dergelijke projecten stimuleren. Het gaat hierbij om bijzondere projecten die het subsidie-instrumentarium van Weg 1 kortlopende projecten en Weg 2 langlopende projecten van het Mondriaan Fonds aanvullen cq versterken.

Het bestuur kan hiertoe onder meer:

a. pilotprojecten uitzetten. Hiermee worden nieuwe veelbelovende initiatieven onderzocht en/of ondersteund, zowel door te stimuleren als door te faciliteren en te agenderen.

b. disciplines of aandachtsgebieden aanwijzen die een bijzondere stimulering behoeven.

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Voor de verschillende bijzondere projecten zoals bedoeld in artikel 2 gelden de volgende bepalingen

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Artikel 3

1 Ingevolge de doelstelling van artikel 2 kan het bestuur incidentele bijdragen bij wijze van pilotprojecten verstrekken.

2 In de beschikking waarmee de pilot verstrekt wordt, worden in ieder geval het doel van het pilotproject, de hoogte en de wijze van subsidiëring en de afrekening van de subsidie vastgesteld.

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Artikel 4

1 Ingevolge de doelstelling van artikel 2 kan het bestuur een specifieke discipline of een aandachtsgebied aanwijzen om het beleid op dat gebied tijdelijk te intensiveren gedurende een periode van ten hoogste drie jaar.

2 Het bestuur kan hiertoe een of meer intendanten aanstellen of een tijdelijke regeling vaststellen, al dan niet in samenwerking met derden, die als deelregeling van onderhavige regeling geldt.

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Artikel 5

1 De intendant werkt aan de hand van een programmadocument dat door het bestuur is goedgekeurd.

2 De intendant heeft een budget tot zijn beschikking waarover hij, binnen van tevoren vastgestelde uitgangspunten en verantwoordingsverplichtingen kan beschikken.

3 De intendant kan worden geadviseerd en aangestuurd door een daartoe in te stellen stuurgroep waarin deskundigen op het desbetreffende gebied zitting hebben.

4 De intendant valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Hoofdstuk III — Bijzondere projecten

Artikel 6

Ingevolge de doelstelling van artikel 2 kan het bestuur een tijdelijke regeling vaststellen als deelregeling van onderhavige regeling. Daarin kunnen maatregelen worden opgenomen voor het stimuleren van een bepaalde discipline of aandachtsgebied, al dan niet in samenwerking met derden.

Hoofdstuk IV — Adviescommissie bijzondere projecten

Artikel 7

1 Voor de advisering in het kader van deze regeling benoemt het bestuur een adviescommissie bijzondere projecten.

2 De adviescommissie heeft tot taak het bestuur op hoofdlijnen te adviseren over de tijdelijke bijzondere projecten.

3 Het bestuur brengt in de adviescommissie verslag uit over het verloop van de tijdelijke bijzondere projecten.

Hoofdstuk IV — Adviescommissie bijzondere projecten

Artikel 8

1 De adviescommissie bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden.

2 Het bestuur benoemt en ontslaat de leden van de adviescommissie.

3 De leden worden in eerste instantie voor een periode van twee jaar benoemd en kunnen tweemaal een jaar worden herbenoemd.

4 Een lid van de raad van toezicht kan niet tot lid van de adviescommissie worden benoemd.

5 Het Mondriaan Fonds voegt uit het personeel van het fondsbureau een secretaris toe aan de adviescommissie. De secretaris roept op tot vergaderingen. Hij maakt van het ter vergadering verhandelde notulen op, die door hem en de voorzitter worden getekend.

Hoofdstuk IV — Adviescommissie bijzondere projecten

Artikel 9

1 De adviescommissie brengt eenmaal per jaar verslag uit aan het bestuur.

2 De adviescommissie vergadert zo vaak het Fonds dit noodzakelijk acht, maar minimaal 2 keer per jaar.

3 De vergaderingen van de adviescommissie zijn niet openbaar.

4 Al hetgeen de leden van de adviescommissie uit hoofde van deze functie ter kennis komt, is strikt vertrouwelijk.

Hoofdstuk IV — Adviescommissie bijzondere projecten

Artikel 10

1 Indien in een adviescommissievergadering kwesties aan de orde komen waarbij een adviseur middellijk of onmiddellijk een eigen belang heeft, of kan hebben of wanneer het gaat om belangen van rechtspersonen waarbij hij als lid van het bestuur, adviseur of commissaris of functionaris is betrokken, dan woont hij de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp niet bij. Het is de plicht van de adviseur om dit onverwijld aan de secretaris mede te delen. Het is de taak van de secretaris om dit gedurende het beoordelingsproces strikt te bewaken.

2 Bij aanvang van iedere adviescommissievergadering controleert de secretaris of de betrokken adviseurs een belang hebben bij de beraadslaging en besluitvorming. Bij twijfel besluit het bestuur.

Hoofdstuk V — Algemene bepalingen

Artikel 11

Indien gebruik wordt gemaakt van een subsidie van het Mondriaan Fonds kunnen geen financiële middelen op basis van deze regeling worden verstrekt, die, naar het oordeel van het bestuur, in dezelfde dekking van kosten voorzien.

Hoofdstuk V — Algemene bepalingen

Artikel 12

Geen financiële middelen kunnen worden verstrekt aan leden van de raad van toezicht noch aan leden van de adviescommissie.

Hoofdstuk V — Algemene bepalingen

Artikel 13

Financiële middelen op grond van deze regeling kunnen slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen toereikend zijn.

Hoofdstuk V — Algemene bepalingen

Artikel 14

Aan de verstrekking van financiële middelen op grond van deze regeling kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking toekomstige verstrekking van financiële middelen uit deze of enig andere regeling van het Mondriaan Fonds.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel 15

In gevallen waarin de wet, de statuten of dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel 16

Het bestuur kan wegens zwaarwichtige redenen van dit reglement afwijken.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Stimuleringsregeling voor innovatie en promotie’.