wetzoeker

Regeling slepen en reclamesleepvliegen

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 18 september 2013, nr. IENM/BSK-2013/169362, houdende vaststelling van regels omtrent het slepen van luchtvaartuigen en andere voorwerpen tijdens de vlucht waaronder reclame (Regeling slepen en reclamesleepvliegen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-12-2014
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0033888
Versie
2014-12-12_0
SHA-256 bron
7eab582c2a787bae38b74d313c9899b61f4fc3da26c9ce6ec214a13dd4f004b4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

reclamesleepvlucht: vlucht waarbij een sleepnet of -doek wordt gesleept;

sleep: door een luchtvaartuig door middel van een sleepkabel voortgetrokken sleepnet of -doek, doel voor richt- en schietoefeningen, of zweef- of zeilvliegtuig;

sleepkabel: geheel van onderdelen dat de verbinding vormt tussen de sleephaak van het sleepvliegtuig en de sleephaak, de vanglijn of de voorste ring van de sleep;

sleepvliegtuig: vliegtuig, ingericht voor het doen opstijgen en in de lucht voortslepen van een sleep.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 11, tweede lid, van het Besluit luchtverkeer 2014.

Artikel 2

1 Voor vluchten waarbij een sleep wordt gesleept, of waarbij voor militaire doeleinden wordt gesleept, gelden de volgende regels:

a. de vlucht wordt uitgevoerd als VFR-vlucht;

b. boven Nederlands grondgebied tot 200 meter buiten de kustlijn bedraagt de minimum vlieghoogte 425 meter boven de grond of het water;

c. de sleep en de sleepkabel worden zodanig ontkoppeld dat het luchtverkeer of personen of zaken op het aardoppervlak niet in gevaar worden gebracht.

2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is de minimum vlieghoogte voor reclamesleepvluchten boven Nederlands grondgebied van toepassing tot 350 meter buiten de kustlijn.

Artikel 3

Het is verboden een reclamesleepvlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat:

a. geen hiertoe gecertificeerd sleepvliegtuig is;

b. volgens het geluidscertificaat of de geluidsverklaring meer geluid produceert dan 67dB(A), berekend volgens de berekenmethode van Annex 16, hoofdstuk 6, dan wel 72dB(A), berekend volgende de berekenmethode van Annex 16, hoofdstuk 10, bij het Verdrag inzake de burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109).

Artikel 4

Het is verboden een reclamesleepvlucht uit te voeren:

a. gedurende de volgende tijden:

1°. maandag tot en met vrijdag voor 08.00 uur en na 19.00 uur plaatselijke tijd;

2°. zaterdag voor 10.00 uur en na 19.00 uur plaatselijke tijd;

3°. zondag voor 11.00 uur en na 19.00 uur plaatselijke tijd;

b. waarbij per dag per sleep langer dan 15 minuten boven een zelfde locatie of langer dan 45 minuten boven dezelfde bebouwde kom wordt gevlogen;

c. in gesloten verband met meer dan drie sleepvliegtuigen.

Artikel 5

Overtreding van de artikelen 3 en 4 is een strafbaar feit in de zin van artikel 6 van het Besluit van 21 mei 1981 houdende vaststelling van regels ter beperking van de geluidhinder door luchtvaartuigen.

Artikel 6

Wijzigt de Regeling voorzieningen sleepvliegen.

Artikel 7

De Regeling slepen en de Regeling reclamesleepvliegen worden ingetrokken

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2013.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling slepen en reclamesleepvliegen.