wetzoeker

Artikel 4b Verordening op de praktijkopleidingen

De examencommissie

1 De examencommissie bestaat uit zes leden, waaronder een voorzitter.

2 Het bestuur benoemt de voorzitter uit de leden van de examencommissie welke op grond van een voordracht als bedoeld in het vierde lid zijn benoemd.

3 Het bestuur benoemt de leden van de examencommissie op basis van de voordrachten, bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid, voor een periode van vier jaren tenzij er, gelet op de antecedenten van het voorgedragen lid, gegronde vrees bestaat dat deze zal handelen of nalaten in strijd met wettelijke voorschriften, de accountant betreffende, of dat zijn benoeming op andere wijze de eer van de stand van accountants zal schaden. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.

4 De Raad voor de Praktijkopleidingen draagt uit zijn midden twee leden van de examencommissie ter benoeming voor aan het bestuur.

5 De universiteiten welke beschikken over een aanwijzing als bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b van de wet kunnen gezamenlijk twee leden van de examencommissie ter benoeming voordragen aan het bestuur.

6 De Vereniging van Aangewezen Accountancyscholen kan een lid van de examencommissie ter benoeming voordragen aan het bestuur.

7 Het samenwerkingsverband Hbo-AC-Scholenoverleg kan een lid van de examencommissie ter benoeming voordragen aan het bestuur.

Regeling
Verordening op de praktijkopleidingen
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0033795
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl