wetzoeker

Artikel 1 Verordening op de kostenvergoedingen

1 De leden van het bestuur ontvangen jaarlijks een vaste vergoeding.

2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid bedraagt op jaarbasis voor:

a. de voorzitter € 125.000,–; en

b. de overige leden van het bestuur € 19.246,– waarbij geldt dat in het geval de plaatsvervangend voorzitter de voorzitter voor meer dan één maand vervangt, de plaatsvervangend voorzitter voor de volledige vervangingsperiode naar rato de vergoeding ontvangt die toekomt aan de voorzitter in plaats van de vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter.

3 Een lid van het bestuur heeft niet langer recht op een vaste vergoeding indien en voor zover het lid langer dan drie maanden niet betrokken is geweest bij de uitoefening van de taak van het bestuur, tenzij van het lid in de bedoelde periode geen betrokkenheid is verlangd.

4 Het derde lid wordt toegepast naar rato van de periode waarin een bestuurslid gedurende een kalenderjaar langer dan drie maanden niet betrokken is geweest bij de uitoefening van de taak van het bestuur.

5 De toepassing van het derde lid wordt beëindigd nadat het lid zijn betrokkenheid bij de uitoefening van de taak van het bestuur heeft hervat. Bij de hervatting van de uitbetaling van een vaste vergoeding worden te veel ontvangen bedragen verrekend.

6 Het bestuur kan aan de voorzitters, de plaatsvervangend voorzitters of de leden van commissies of overige gremia een jaarlijkse vaste vergoeding toekennen.

Regeling
Verordening op de kostenvergoedingen
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0033783
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl