wetzoeker

Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving

Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 9 juli 2013, nr. IENM/BSK-2013/127535, houdende aanwijzing van toezichthouders en opsporingsambtenaren bij de Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving (Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-04-2026
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0033649
Versie
2026-04-22_0
SHA-256 bron
165b2bd04f8c0fe2baeed3bfd445a6cfe21c8bfd2cea9e4fa686a8f61a9fe29a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht en opsporing worden aangewezen als de ambtenaren van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bedoeld in:

a. artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet wegvervoer goederen;

b. artikel 3, eerste lid, van het Besluit van 7 april 1995 houdende aanwijzing van ambtenaren belast met opsporing als bedoeld in artikel 159, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 247);

c. artikel 7, onderdeel b, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot;

d. artikel 87, eerste lid, onderdeel a, vierde en zesde lid, van de Wet personenvervoer 2000, met uitzondering van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 14 en hoofdstuk II van de Wet personenvervoer 2000 voor zover dit betrekking heeft op concessies door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verleend voor openbaar vervoer per trein;

e. artikel 8a.3, eerste lid, van de Wet handhaving consumentenbescherming, voor zover het betreft diensten voor personenvervoer per bus en per spoor en stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten.

2 In afwijking van de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, onder d, worden de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de inhoud van het vervoerplan, bedoeld in artikel 35a van de Wet personenvervoer 2000, voor zover het betreft de beschrijving in het vervoerplan van de beveiligingsmaatregelen die genomen worden voor treinen die vanuit Nederland door de Kanaaltunnel gaan rijden.

Artikel 2

Het Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport op het gebied van de vervoerswetgeving, vastgesteld bij besluit van 23 april 2012 (Stcrt. 2012, nr. 8845), wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met de datum van inwerkingtreding van de artikelen, bedoeld in artikel 1, onderdelen a tot en met d.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving.