Regeling routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 3 juli 2013, nr. IENM/BSK-2013/40752, houdende vaststelling van een regeling met betrekking tot routeringssystemen voor schepen op volle zee voor de Nederlands kust (Regeling routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 06-07-2022
- Rechtsgebied
- Vervoersrecht
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- BWB-id
- BWBR0033648
- Versie
- 2022-07-06_0
- SHA-256 bron
- 996c2b55473f79b21f8dcdc8a7bb39db003f73ee018ac32fbe9885212b2caa52
Inhoud (24)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht
- A — Diepwaterroute van Noord Hinder naar verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
- B — Verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
- C — Diepwaterroute van verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’ naar verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
- D — Verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
- E — Verkeersscheidingsstelsel ‘Noord Friesland’
- F — Verkeersscheidingsstelsel ’Oost Friesland’
- Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling
- 1 — Nabij IJmuiden
- 2 — Bij Maas Noord
- 3 — Windpark Borssele corridor
- 4 — Bij De Ruyter, ten westen van Rijnveld
- 5 — Ter hoogte van Friesland
§ 1 — Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. MARPOL-verdrag: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met protocollen en bijlagen met aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen protocol bij dat verdrag met bijlage en aanhangsels (Trb. 1978, 188);
b. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;
c. olietankschip: een tankschip als bedoeld in voorschrift 1.5 van bijlage I, behorend bij het MARPOL-verdrag;
d. chemicaliëntankschip: een tankschip als bedoeld in voorschrift 1.16.1 van bijlage II, behorend bij het MARPOL-verdrag;
e. NLS-tankschip: een tankschip als bedoeld in voorschrift 1.16.2 van bijlage II, behorend bij het MARPOL-verdrag;
f. gastankschip: een tankschip als bedoeld in voorschrift 3.20 van hoofdstuk II-1 van het SOLAS-verdrag;
g. GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip wordt uitgedrukt, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122);
h. gevaarlijke stoffen: stoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 2
Deze paragraaf is van toepassing op kapiteins van de volgende schepen:
a. olietankschepen van 10.000 GT of meer die olie vervoeren als bedoeld in voorschrift 1 van bijlage I, behorend bij het MARPOL-verdrag;
b. chemicaliëntankschepen van 5.000 GT of meer die schadelijke vloeistoffen in bulkladingen vervoeren, vallend of voorlopig vallend onder de categorieën X of Y, bedoeld in bijlage II, behorend bij het MARPOL-verdrag;
c. chemicaliëntankschepen en NLS-tankschepen van 10.000 GT of meer die schadelijke vloeistoffen in bulkladingen vervoeren vallend of voorlopig vallend onder de categorie Z, bedoeld in bijlage II, behorend bij het MARPOL-verdrag;
d. gastankschepen van 10.000 GT of groter die vloeibare gassen in bulk vervoeren.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 3
1 Het routeringssysteem zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling of een deel daarvan wordt gevolgd indien wordt gevaren:
a. van Noord Hinder naar de Baltische of Noordzeehavens van Noorwegen, Zweden, Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland of Nederland ten noorden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en omgekeerd;
b. tussen Noordzeehavens van Nederland of de Bondsrepubliek Duitsland, tenzij het aangrenzende havengebieden betreft;
c. tussen het Verenigd Koninkrijk of continentale Noordzeehavens ten zuiden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en de Scandinavische of Baltische havens; en
d. tussen Noord Hinder, het Verenigd Koninkrijk of continentale Noordzeehavens ten zuiden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en laad- en losinstallaties voor olie op zee en aan de wal in het Noordzeegebied.
2 Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien wordt gevaren tussen havens aan de oostelijke kust van het Verenigd Koninkrijk, inclusief de Orkney en Shetland eilanden.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 4
Bij gebruikmaking van het routeringssysteem:
a. worden de juiste verkeersbanen van de verkeersscheidingsstelsels die onderdeel zijn van het routeringssysteem gebruikt;
b. wordt de in de zeekaarten met opengewerkte streeppijlen aangegeven aanbevolen richting van de verkeersstroom in het voorzorgsgebied gevolgd; en
c. wordt de stuurboordzijde van de diepwaterroutes die onderdeel zijn van het routeringssysteem, voor zover dit naar het oordeel van de kapitein uitvoerbaar is, gevolgd.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 5
Het binnenvaren of verlaten van het routeringssysteem geschiedt op het punt dat het dichtst bij de vertrek- of bestemmingshaven ligt en dat tevens zodanig is gelegen dat een veilige vaart van of naar die haven mogelijk is.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 6
Het zeegebied tussen het routerings-systeem en de aangrenzende kust van de Waddeneilanden wordt niet bevaren, tenzij het routeringssysteem wordt binnengevaren of verlaten.
§ 2 — Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
Artikel 7
1 De schepen, bedoeld in artikel 2, die vanwege hun diepgang het zuidelijk deel van het routeringssysteem, omschreven in bijlage 1, onderdeel A en B, onder a en b, niet op veilige wijze kunnen bevaren, zijn vrijgesteld van het verplichting om dit deel van het routeringssysteem te gebruiken.
2 De schepen, bedoeld in het eerste lid, kunnen gebruik maken van de westelijke route van het in de Bekendmaking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 november 1990, nr. S/J 32.053/90 (Stcrt. 1990, 233) omschreven routeringssysteem ter hoogte van Friesland.
3 Indien gebruik wordt gemaakt van de route, bedoeld in het tweede lid, maakt de kapitein hiervan een aantekening in het scheepsjournaal.
§ 3 — Gebieden die dienen te worden gemeden
Artikel 8
Het is kapiteins van alle schepen verboden zich te bevinden in de gebieden zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
§ 4 — Overige bepalingen
Artikel 9
De Regeling routeringssysteem Noord Hinder- Duitse Bocht wordt ingetrokken.
§ 4 — Overige bepalingen
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2013.
§ 4 — Overige bepalingen
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht
Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht
De coördinaten zijn uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System 84 (WGS 84), in graden en minuten
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › A — Diepwaterroute van Noord Hinder naar verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
A — Diepwaterroute van Noord Hinder naar verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
De diepwaterroute, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(1) 52°55’.70 N 003°14’.17 E
(2) 52°09’.87 N 002°34’.92 E
(3) 51°54’.83 N 002°33’.52 E
(4) 52°01’.18 N 002°42’.39 E
(5) 52°09’.53 N 002°43’.25 E
(6) 52°54’.12 N 003°21’.92 E
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › B — Verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
B — Verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’
a. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(7) 53°03’.09 N 003°21’.77 E
(8) 52°55’.06 N 003°17’.30 E
(9) 52°54’.76 N 003°18’.79 E
(10) 53°02’.79 N 003°23’.26 E
b. De verkeersbaan voor noordgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(6) 52°54’.12 N 003°21’.92 E
(11) 53°02’.15 N 003°26’.40 E
c. De verkeersbaan voor zuidgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(12) 53°03’.73 N 003°18’.63 E
(1) 52°55’.70 N 003°14’.17 E
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › C — Diepwaterroute van verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’ naar verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
C — Diepwaterroute van verkeersscheidingsstelsel ‘Nabij de Bruine Bank’ naar verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
De diepwaterroute, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(11) 53°02’.15 N 003°26’.40 E
(12) 53°03’.73 N 003°18’.63 E
(13) 53°22’.89 N 003°28’.32 E
(14) 53°19’.84 N 003°39’.66 E
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › D — Verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
D — Verkeersscheidingsstelsel ’West Friesland’
a. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(15) 53°42’.94 N 003°42’.04 E
(16) 53°22’.07 N 003°31’.39 E
(17) 53°20’.62 N 003°36’.77 E
(18) 53°31’.07 N 003°44’.64 E
(19) 53°46’.69 N 004°19’.92 E
(100) 53°55’.36 N 004°33’.85 E
(21) 53°59’.18 N 004°35’.92 E
(22) 53°57’.55 N 004°15’.09 E
b. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(85) 53°59’.46 N 004°39’.60 E
(86) 53°59’.68 N 004°42’.44 E
(87) 53°57’.17 N 004°38’.40 E
c. De verkeersbaan voor noordgaand verkeer, afgetakt van de hoofd noordoostgaande verkeersbaan, ingesteld tussen de scheidingszones, bedoeld onder a en b
d. De verkeersbaan voor noordoostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszones, bedoeld onder a en b, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(14) 53°19’.84 N 003°39’.66 E
(23) 53°29’.95 N 003°47’.29 E
(24) 53°45’.86 N 004°23’.24 E
(25) 53°59’.96 N 004°45’.92 E
e. De verkeersbaan voor zuidwestgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(26) 53°57’.16 N 004°09’.94 E
(27) 53°43’.34 N 003°38’.73 E
(13) 53°22’.89 N 003°28’.32 E
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › E — Verkeersscheidingsstelsel ‘Noord Friesland’
E — Verkeersscheidingsstelsel ‘Noord Friesland’
a. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(79) 54°04'.30 N 004°59'.98 E
(80) 54°04'.78 N 005°05'.94 E
(81) 54°02'.76 N 005°04'.73 E
(82) 54°02'.28 N 004°58'.76 E
b. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(75) 54°02'.84 N 004°41'.41 E
(76) 54°03'.99 N 004°56'.11 E
(77) 54°01'.98 N 004°54'.89 E
(78) 54°00'.83 N 004°40'.34 E
c. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(71) 54°01'.52 N 004°24'.62 E
(72) 54°02'.55 N 004°37'.69 E
(73) 54°00'.54 N 004°36'.62 E
(74) 53°59'.21 N 004°19'.05 E
d. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(67) 54°00'.37 N 004°09'.21 E
(68) 54°01'.10 N 004°18'.89 E
(69) 53°58'.91 N 004°13'.93 E
(70) 53°58'.66 N 004°09'.60 E
e. De verkeersbaan voor oostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder d en de volgende geografische positie:
(26) 53°57'.16 N 004°09'.94 E
f. De verkeersbaan voor oostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder c en de aangepaste scheidingszone van het verkeersscheidingsstelsel ‘West Friesland’.
g. De verkeersbaan voor oostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder b en de volgende geografische posities:
(85) 53°59’.46 N 004°39’.60 E
(25) 53°59'.96 N 004°45'.92 E
(86) 53°59’.68 N 004°42’.44 E
(96) 54°00'.60 N 004°54'.06 E
h. De verkeersbaan voor oostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a en de volgende geografische posities:
(97) 54°00'.91 N 004°57'.94 E
(98) 54°01'.38 N 005°03'.90 E
i. De verkeersbaan voor westgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a en de volgende geografische posities:
(94) 54°06'.14 N 005°06'.77 E
(93) 54°05'.67 N 005°00'.81 E
j. De verkeersbaan voor westgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder b en de volgende geografische posities:
(92) 54°05'.37 N 004°56'.94 E
(91) 54°04'.20 N 004°42'.14 E
k. De verkeersbaan voor westgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder c en de volgende geografische posities:
(90) 54°03'.91 N 004°38'.43 E
(89) 54°03'.13 N 004°28'.46 E
l. De verkeersbaan voor westgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder d en de volgende geografische posities:
(88) 54°02'.65 N 004°22'.44 E
(31) 54°01'.87 N 004°08'.88 E
m. De verkeersbaan voor zuidwestgaand verkeer, ingesteld tussen een lijn aan de westzijde die de volgende geografische posities verbindt:
(68) 54°01'.10 N 004°18'.89 E
(69) 53°58'.91 N 004°13'.93 E
en een lijn aan de oostzijde die de volgende geografische posities verbindt:
(71) 54°01'.52 N 004°24'.62 E
(74) 53°59'.21 N 004°19'.05 E
n. De verkeersbaan voor noordgaand verkeer, ingesteld tussen een lijn aan de westzijde die de volgende geografische posities verbindt:
(72) 54°02'.55 N 004°37'.69 E
(73) 54°00'.54 N 004°36'.62 E
en een lijn aan de oostzijde die de volgende geografische posities verbindt:
(75) 54°02'.84 N 004°41'.41 E
(78) 54°00'.83 N 004°40'.34 E
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3, eerste lid, van deze regeling › Routeringssysteem Noord Hinder Duitse Bocht › F — Verkeersscheidingsstelsel ’Oost Friesland’
F — Verkeersscheidingsstelsel ’Oost Friesland’
a. De scheidingszone, begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(84) 54°03’.26 N 005°08’.65 E
(33) 54°04’.17 N 005°19’.92 E
(34) 54°07’.96 N 006°01’.82 E
(35) 54°08’.93 N 006°01’.25 E
(36) 54°05’.65 N 005°19’.58 E
(83) 54°04’.84 N 005°09’.60 E
b. De verkeersbaan voor oostgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(99) 54°01’.69 N 005°07’.70 E
(38) 54°06’.06 N 006°02’.92 E
c. De verkeersbaan voor westgaand verkeer, ingesteld tussen de scheidingszone, bedoeld onder a, en de lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(39) 54°10’.86 N 006°00’.12 E
(40) 54°07’.13 N 005°19’.24 E
(95) 54°06’.44 N 005°10’.57 E
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling
De coördinaten zijn uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System 84 (WGS 84), in graden en minuten
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling › Gebieden die dienen te worden gemeden › 1 — Nabij IJmuiden
1 — Nabij IJmuiden
Het gebied dat gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, wordt begrensd door een lijn die volgende geografische posities verbindt:
(i) 52°32’.15 N 004° 04’.82 E
(ii) 52°34’.04 N 004° 04’.82 E
(iii) 52°34’.65 N 004° 02’.22 E
(iv) 52° 32’.79 N 004° 02’.22 E
en terug naar (i).
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling › Gebieden die dienen te worden gemeden › 2 — Bij Maas Noord
2 — Bij Maas Noord
Het gebied dat gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, wordt begrensd door een lijn die volgende geografische posities verbindt:
(i) 52° 15’.45 N 003° 51’.42 E
(ii) 52° 12’.45 N 003° 51’.42 E
(iii) 52° 12’.45 N 003° 48’.32 E
(iv) 52° 15’.45 N 003° 48’.32 E
en terug naar (i).
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling › Gebieden die dienen te worden gemeden › 3 — Windpark Borssele corridor
3 — Windpark Borssele corridor
Het gebied dat gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, door schepen groter dan 45 meter en schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, wordt begrensd door een lijn die de volgende geografische posities verbindt:
(17) 51° 40’.43 N 003° 07’.83 E
(i) 51° 40’.87 N 003° 07’.06 E
*(ii) 51° 41’.85 N 003° 03’.78 E
*(iii) 51° 42’.12 N 003° 02’.99 E
(iv) 51° 42’.60 N 003° 01’.55 E
*(v) 51° 43’.52 N 002° 58’.38 E
*(vi) 51° 43’.87 N 002° 57’.86 E
(vii) 51° 44’.56 N 002° 56’.14 E
(x) 51° 44’.84 N 002° 55’.20 E
(viii) 51° 45’.32 N 002° 52’.80 E
(23) 51° 45’.86 N 002° 51’.39 E
(22) 51° 45’.97 N 002° 51’.93 E
(ix) 51° 45’.56 N 002° 52’.99 E
(xi) 51° 45’.08 N 002° 55’.37 E
(xii) 51° 44’.74 N 002° 56’.57 E
(xiii) 51° 44’.16 N 002° 58’.07 E
(xiv) 51° 43’.66 N 002° 59’.79 E
(18) 51° 41’.24 N 003° 08’.07 E
en terug naar (17).
*Deze geografische posities worden verbonden door cirkelbogen gecentreerd rondom de volgende geografische posities:
Centrum cirkelboog: | Straal cirkelboog: | Verbonden posities:
(α) | 51° 42’.00 N 003° 03’.40 E | 0.283 nautische mijl | (ii) en (iii)
(β) | 51° 43’.59 N 002° 57’.93 E | 0.283 nautische mijl | (v) en (vi)
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling › Gebieden die dienen te worden gemeden › 4 — Bij De Ruyter, ten westen van Rijnveld
4 — Bij De Ruyter, ten westen van Rijnveld
Het gebied dat gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, met uitzondering van daartoe geautoriseerde schepen, wordt begrensd door een lijn die volgende geografische posities verbindt:
(i) 52° 21’.12 N 003° 19’.73 E
(ii) 52° 22’.75 N 003° 19’.73 E
(iii) 52° 22’.75 N 003° 22’.00 E
(iv) 52° 21’.12 N 003° 22’.00 E
en terug naar (i).
Bijlage 2 — behorende bij artikel 8 van deze regeling › Gebieden die dienen te worden gemeden › 5 — Ter hoogte van Friesland
5 — Ter hoogte van Friesland
Het gebied dat gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, wordt begrensd door een lijn die volgende geografische posities verbindt:
(101) 54° 01’.27 N 004° 24’.79 E
(102) 54° 02’.23 N 004° 37’.05 E
(103) 54° 00’.78 N 004° 36’.28 E
(104) 53° 59’.61 N 004° 20’.79 E
en terug naar (101).
Het gebied dat eveneens gemeden dient te worden, bedoeld in artikel 8, wordt begrensd door een lijn die volgende geografische posities verbindt:
(105) 54° 02’.70 N 004° 43’.12 E
(106) 54° 03’.57 N 004° 54’.19 E
(107) 54° 02’.13 N 004° 53’.32 E
(108) 54° 01’.26 N 004° 42’.33 E
en terug naar (105).