wetzoeker

Wettelijk kader Beleidsregel aangaande de definitie en de berekening van een shortpositie in de zin van de Wft

De Wet op het financieel toezicht (Wft) stelt in artikel 5:38, derde lid, dat; een ieder die de beschikking krijgt of verliest over financiële instrumenten die een shortpositie met betrekking tot de aandelen vertegenwoordigen waardoor, naar hij weet of behoort te weten, de shortpositie waarover hij beschikt, uitgedrukt in het percentage van het kapitaal, een drempelwaarde bereikt, overschrijdt dan wel onderschrijdt, meldt dat onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling van een shortpositie als bedoeld in dit lid.

Aan artikel 5:39 zal een lid worden toegevoegd dat ziet op de plicht tot het melden van een shortpositie bij het bereiken, over- of onderschrijden van een drempelwaarde bij een passieve wijziging door het wijzigen van het kapitaal.

Dit is een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bevoegdheid van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) tot het vaststellen van deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 4:81, eerste lid, Awb.

Regeling
Beleidsregel aangaande de definitie en de berekening van een shortpositie in de zin van de Wft
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBR0033615
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl