wetzoeker

2.2 — Mogelijke saneringsmaatregelen Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013

Mogelijke saneringsmaatregelen

Sanering van bodemverontreinigingsituaties kan door middel van de volgende maatregelen plaatsvinden:

a. het afgraven van de verontreinigde grond;

b. het verwijderen van de verontreinigende stoffen uit de grond of het grondwater;

c. het toepassen van technieken die biologische afbraak/omzetting of chemische omzetting tot niet schadelijke eindproducten tot gevolg hebben;

d. het isoleren van de verontreinigingsituatie door middel van het aanbrengen van een leeflaag of andere duurzame afdeklaag.

In veel gevallen volstaat het aanbrengen van een leeflaag. Voor de bodemfuncties ‘wonen met tuin’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘groen met natuurwaarden’, en ‘ander groen’ geldt als standaardaanpak het aanbrengen van een leeflaag.

Indien, veelal in het geval van de bodemfuncties ‘bebouwing, infrastructuur en industrie’, sprake is van verharding en/of bebouwing is de verontreinigingsituatie automatisch geïsoleerd. Deze isolatie wordt dan gevormd door een afdeklaag, bestaande uit beton, asfalt, stelconplaten of flinke oppervlakten aaneengesloten bestrating met klinkers en tegels. Indien dergelijke constructies duurzaam en aaneengesloten zijn uitgevoerd, kunnen daarmee blootstellingrisico’s in afdoende mate worden tegengegaan.

Voor de bodemfuncties ‘natuur’, ‘landbouw’ en ‘moes- en volkstuinen’ is geen standaardaanpak uitgewerkt. Als sanering aan de orde is zullen per geval de benodigde saneringsmaatregelen worden vastgesteld.

Regeling
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBR0033592
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl