wetzoeker

1 — Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering (deel 1) Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013

Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering

Streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn één op één overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De streefwaarden zijn afgeleid binnen het project Integrale Normstelling Stoffen (INS) en zijn in december 1997 gepubliceerd (Ministerie van VROM, Integrale Normstelling Stoffen, Milieukwaliteitsnormen bodem, water, lucht, 1997). Met enkele uitzonderingen zijn de INS-streefwaarden overgenomen. De INS-streefwaarden zijn zoveel mogelijk risico-onderbouwd en gelden voor individuele stoffen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt een arbitraire grens van 10 m gebruikt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze grens indicatief is. Indien informatie voorhanden is dat een andere grens aannemelijk is voor de te beoordelen locatie, dan kan een andere grens genomen worden. Hierbij valt te denken aan informatie over de grens tussen het freatische grondwater en het eerste watervoerend pakket.

• Voor ondiep grondwater (< 10 m) zijn de MILBOWA-waarden als streefwaarden overgenomen. Deze zijn gebaseerd op achtergrondconcentraties en gelden hierbij als handreiking.

• Voor diep grondwater (> 10 m) worden de in INS voorgestelde streefwaarden overgenomen. Dit betekent dat de streefwaarde bestaat uit de van nature aanwezige achtergrond-concentratie (AC) plus de Verwaarloosbare Toevoeging. Hierbij worden de in INS opgenomen achtergrondconcentraties als handreiking gegeven (zie RIVM-rapport 711701017).

In beide gevallen geldt dat de gegeven achtergrondconcentratie als handreiking moet worden gezien. Indien informatie voorhanden is over de locale achtergrondconcentratie dan kan deze in combinatie met de Verwaarloosbare Toevoeging als streefwaarde worden gebruikt. Meer informatie over achtergrondconcentraties van metalen in grondwater in verschillende gebieden in Nederland is te vinden in RIVM-rapport nummer 711701017. Meer informatie over achtergrondconcentraties in grond en grondwater is te vinden in het dossier ‘meetnetten’ op www.rivm.nl , via www.dinoloket.nl en in de Geochemische atlas van Nederland (Alterra-rapport 2069, 2010).

De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. De interventiewaarden grond voor de eerste tranche stoffen zijn geëvalueerd. Er zijn nieuwe voorstellen voor interventiewaarden gedaan die zijn opgenomen in tabel 7.1 van het RIVM-rapport 711701023 (febr 2001). Voor een aantal stoffen van de eerste tranche zijn de nieuw voorgestelde interventiewaarden op basis van beleidsmatige overwegingen aangepast. De normaanpassingen zijn beschreven in het NOBO-rapport: VROM, 2008: NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. De interventiewaarden grond voor de andere tranches zijn niet geëvalueerd en blijven gelijk aan de interventiewaarden grond zoals opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De interventiewaarden grond gelden voor droge bodem. Voor bodems of oevers van een oppervlaktewaterlichaam zijn aparte interventiewaarden opgesteld die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden grondwater zijn niet herzien en overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).

Tabel 1 Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater9Gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)

Stofnaam | Streefwaarde | Landelijke achtergrond concentratie | Streefwaarde | Interventiewaarden

grondwater7 | grondwater | grondwater7 | grond | grondwater

(AC) | (incl. AC)

ondiep | diep | diep

(< 10 m-mv) | (> 10 m-mv) | (> 10 m -mv)

(µg/l) | (µg/l) | (µg/l) | (mg/kg d.s.) | (µg/l)

1. Metalen

Antimoon | – | 0,09 | 0,15 | 22 | 20

Arseen | 10 | 7 | 7,2 | 76 | 60

Barium | 50 | 200 | 200 | –8 | 625

Cadmium | 0,4 | 0,06 | 0,06 | 13 | 6

Chroom | 1 | 2,4 | 2,5 | – | 30

Chroom III | – | – | – | 180 | –

Chroom VI | – | – | – | 78 | –

Kobalt | 20 | 0,6 | 0,7 | 190 | 100

Koper | 15 | 1,3 | 1,3 | 190 | 75

Kwik | 0,05 | – | 0,01 | – | 0,3

Kwik (anorganisch) | – | – | – | 36 | –

Kwik (organisch) | – | – | – | 4 | –

Lood | 15 | 1,6 | 1,7 | 530 | 75

Molybdeen | 5 | 0,7 | 3,6 | 190 | 300

Nikkel | 15 | 2,1 | 2,1 | 100 | 75

Zink | 65 | 24 | 24 | 720 | 800

Tabel 1 Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater9Gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)

Stofnaam | Streefwaarde | Interventiewaarden

grondwater7 | grond | grondwater

(µg/l) | (mg/kg d.s.) | (µg/l)

2. Overige anorganische stoffen

Chloride (mg Cl/l) | 100 mg/l | – | –

Cyanide (vrij) | 5 | 20 | 1.500

Cyanide (complex) | 10 | 50 | 1.500

Thiocyanaat | – | 20 | 1.500

3. Aromatische verbindingen

Benzeen | 0,2 | 1,1 | 30

Ethylbenzeen | 4 | 110 | 150

Tolueen | 7 | 32 | 1.000

Xylenen (som)1 | 0,2 | 17 | 70

Styreen (vinylbenzeen) | 6 | 86 | 300

Fenol | 0,2 | 14 | 2.000

Cresolen (som)1 | 0,2 | 13 | 200

4. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s)5

Naftaleen | 0,01 | – | 70

Fenantreen | 0,003* | – | 5

Antraceen | 0,0007* | – | 5

Fluorantheen | 0,003 | – | 1

Chryseen | 0,003* | – | 0,2

Benzo(a)antraceen | 0,0001* | – | 0,5

Benzo(a)pyreen | 0,0005* | – | 0,05

Benzo(k)fluorantheen | 0,0004* | – | 0,05

Indeno(1,2,3cd)pyreen | 0,0004* | – | 0,05

Benzo(ghi)peryleen | 0,0003 | – | 0,05

PAK’s (totaal) (som 10)1 | – | 40 | –

5. Gechloreerde koolwaterstoffen

a. (vluchtige) koolwaterstoffen

Monochlooretheen (Vinylchloride)2 | 0,01 | 0,1 | 5

Dichloormethaan | 0,01 | 3,9 | 1.000

1,1-dichloorethaan | 7 | 15 | 900

1,2-dichloorethaan | 7 | 6,4 | 400

1,1-dichlooretheen2 | 0,01 | 0,3 | 10

1,2-dichlooretheen (som)1 | 0,01 | 1 | 20

Dichloorpropanen (som)1 | 0,8 | 2 | 80

Trichloormethaan (chloroform) | 6 | 5,6 | 400

1,1,1-trichloorethaan | 0,01 | 15 | 300

1,1,2-trichloorethaan | 0,01 | 10 | 130

Trichlooretheen (Tri) | 24 | 2,5 | 500

Tetrachloormethaan (Tetra) | 0,01 | 0,7 | 10

Tetrachlooretheen (Per) | 0,01 | 8,8 | 40

b. chloorbenzenen5

Monochloorbenzeen | 7 | 15 | 180

Dichloorbenzenen (som)1 | 3 | 19 | 50

Trichloorbenzenen (som)1 | 0,01 | 11 | 10

Tetrachloorbenzenen (som)1 | 0,01 | 2,2 | 2,5

Pentachloorbenzenen | 0,003 | 6,7 | 1

Hexachloorbenzeen | 0,00009* | 2,0 | 0,5

c. chloorfenolen5

Monochloorfenolen(som)1 | 0,3 | 5,4 | 100

Dichloorfenolen(som)1 | 0,2 | 22 | 30

Trichloorfenolen(som)1 | 0,03* | 22 | 10

Tetrachloorfenolen(som)1 | 0,01* | 21 | 10

Pentachloorfenol | 0,04* | 12 | 3

d. polychloorbifenylen (PCB’s)

PCB’s (som 7)1 | 0,01* | 1 | 0,01

e. Overige gechloreerde koolwaterstoffen

Monochlooranilinen (som)1 | – | 50 | 30

Dioxine (som TEQ)1 | – | 0,00018 | nvt6

Chloornaftaleen (som)1 | – | 23 | 6

6. Bestrijdingsmiddelen

a.organochloor-bestrijdingsmiddelen

Chloordaan (som)1 | 0,02 ng/l* | 4 | 0,2

DDT (som)1 | – | 1,7 | –

DDE (som)1 | – | 2,3 | –

DDD (som)1 | – | 34 | –

DDT/DDE/DDD (som)1 | 0,004 ng/l* | – | 0,01

Aldrin | 0,009 ng/l* | 0,32 | –

Dieldrin | 0,1 ng/l* | – | –

Endrin | 0,04 ng/l* | – | –

Drins (som)1 | – | 4 | 0,1

α-endosulfan | 0,2 ng/l* | 4 | 5

α-HCH | 33 ng/l | 17 | –

β-HCH | 8 ng/l | 1,6 | –

γ-HCH (lindaan) | 9 ng/ | 1,2 | –

HCH-verbindingen (som)1 | 0,05 | – | 1

Heptachloor | 0,005 ng/l* | 4 | 0,3

Heptachloorepoxide (som)1 | 0,005 ng/l* | 4 | 3

b.organofosforpesticiden

–

c. organotinbestrijdingsmiddelen

Organotinverbindingen (som)1 | 0,05* – 16 ng/l | 2,5 | 0,7

d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden

Regeling
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBR0033592
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl