wetzoeker

Subsidieregeling Stichting VSO 2013

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 juni 2013, nr. 2013-0000329635, houdende regels voor de subsidiëring van de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (Subsidieregeling Stichting VSO 2013)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-12-2018
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0033562
Versie
2018-12-19_0
SHA-256 bron
927111b7ec88dcd76ff4d48a27f76eca408c60c0a8bffa86697a167fbc778ed9

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. stichting: Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid.

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 De minister verstrekt aan de stichting een subsidie voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

a. het faciliteren van een platform voor onderlinge uitwisseling van ideeën, kennis en ervaring;

b. het leveren van kennis en expertise of het ontsluiten van kennis en expertise ten behoeve van de sectorwerkgevers;

c. het coördineren van de gezamenlijke belangen van de sectorwerkgevers en deze eenduidig formuleren en communiceren;

d. het verlenen van aanvullende diensten aan de sectorwerkgevers als verbond, of in het belang van het verbond of de individuele leden.

2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt, maar nooit meer dan het totaalbedrag dat de overheidssectoren in het desbetreffende boekjaar als bijdrage aan de stichting hebben geleverd.

De subsidie wordt in een periode van twee jaar als volgt afgebouwd:

– met ingang van 1 januari 2019 bedraagt de subsidie 66,6% van het bedrag dat in 2018 is uitgekeerd;

– met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de subsidie 33,3% van het bedrag dat in 2018 is uitgekeerd.

§ 2 — De subsidieverlening

Artikel 4

De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voor de aanvang van het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

§ 3 — Voorschotverlening

Artikel 5

1 De minister verstrekt op de subsidie een voorschot dat gelijk is aan de verleende subsidie.

2 Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald.

§ 4 — De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 6

1 De stichting vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

2 De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de uitvoering van het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

3 Op 31 december 2020 bedraagt de egalisatiereserve ten hoogste € 250.000. De helft van het bedrag waarmee de egalisatiereserve op 31 december 2020 het bedrag van € 250.000 overschrijdt, wordt voor 1 maart 2021 teruggestort op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7

Een subsidie die is verleend krachtens de Subsidieregeling Stichting VSO wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2021.

§ 6 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting VSO 2013.