wetzoeker

Artikel C.6 Kaderbesluit CCMS

De plaatsvervangend opleider en de waarnemer

1 Indien de MSRC geen plaatsvervangend opleider heeft erkend en de opleider zijn werkzaamheden als opleider gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden niet kan of heeft kunnen verrichten, delen de opleider of de opleidingsinrichting zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand na het verstrijken van genoemde periode, schriftelijk aan de MSRC mee door wie de functie van opleider wordt waargenomen. Is de opleider hiertoe niet in staat dan zal uitsluitend de opleidingsinrichting zorg dragen voor deze berichtgeving aan de MSRC.

2 De periode van waarneming bedraagt ten hoogste zes maanden.

3 De waarnemer maakt deel uit van de opleidingsgroep.

4 De MSRC kan aan de waarneming, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden verbinden.

5 Gedurende de periode van waarneming kunnen geen nieuwe aios worden aangesteld.

Regeling
Kaderbesluit CCMS
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
20-10-2007
BWB-id
BWBR0033520
Versie
2007-10-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl