wetzoeker

Artikel 1 Besluit tot verlening van mandaat en machtiging met betrekking tot het Binnenvaartpolitiereglement Rijkswaterstaat Oost-Nederland 2013

1 Ten aanzien van de in het tweede lid genoemde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement wordt mandaat en machtiging verleend aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland:

a. de directeur Netwerkontwikkeling;

b. het hoofd van de afdeling Vergunningen.

2 De in het eerste lid bedoelde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement zijn:

1.01, onderdeel A 14°;

1.09, tweede lid;

1.23;

3.15, tweede lid;

3.20, vijfde lid, onderdelen a en e;

3.25, derde lid;

3.27;

3.28;

3.29, tweede lid, onderdeel b;

4.05, zesde en zevende lid;

4.06, vijfde lid;

6.08;

6.21a, eerste en vierde lid;

6.28b, eerste lid, onderdeel b. Voor zover het een schip betreft waarvan de te volgen route is gelegen in meer dan één beheersgebied, is iedere Hoofdingenieur-Directeur voor het geheel van de te bevaren beheersgebieden bevoegd;

6.31, eerste lid;

6.32, eerste lid;

7.01, vierde en vijfde lid;

7.02, eerste lid, onderdeel b;

7.07, derde lid;

7.08, eerste en tweede lid;

8.08, tweede lid, onderdeel g, en derde lid;

9.02, derde lid;

9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid;

9.05, derde lid;

9.06, zevende en achtste lid;

9.07, eerste en tweede lid;

10.10, tweede lid.

3 Het mandaat verleend aan de directeur Netwerkontwikkeling omvat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar, mits het besluit waartegen bezwaar is gemaakt niet door hem in mandaat is genomen. Het mandaat verleend aan het hoofd van de afdeling Vergunningen heeft geen betrekking op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

Regeling
Besluit tot verlening van mandaat en machtiging met betrekking tot het Binnenvaartpolitiereglement Rijkswaterstaat Oost-Nederland 2013
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-06-2013
BWB-id
BWBR0033500
Versie
2013-06-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl