Voertuigadministratie (deel 1) Regeling vaststelling LFNP
• Het vastleggen van gegevens in de voertuigadministratie (routeverantwoording, kilometeradministratie, brandstofadministratie), zodat verantwoording plaatsvindt over de gevolgde routes van het voertuig.
LFNP Niveau-indicatoren
Verantwoordelijkheid
Belang | Effecten | Het gewenste effect (outcome) dat met het instellen van deze functie wordt beoogd is: • de effectief en efficiënt werkende politieorganisatie.
Resultaten | De resultaten (output) die in deze functie (op aanwijzing, gestandaardiseerde werkwijze, routinematig, beperkt tot taakgebied) moeten kunnen worden behaald, zijn: • maximaal rendement van de inzet van het voertuig in termen van de door passagier te verrichten werkzaamheden; • in kennis gestelde passagier omtrent het verloop van de reis; • gesignaleerde onderhoudsbeurten; • rapportage van eventuele gebreken of schades; • op orde zijnde voertuigadministratie; • schoon, hygiënisch en representatief voertuig; • in comfort en aan de wensen aangepaste rijstijl vervoerde passagier(s).
Inspanningsverplichting | De functionaris neemt, binnen het kader van het behalen van resultaten, aantoonbaar initiatieven die ook de gewenste (deel)effecten naderbij brengen, zoals: • bereidt de reis zodanig gedegen voor dat de te volgen route optimaal is afgestemd op de door passagier te verrichten werkzaamheden en de communicatie met de passagier conform procedures kan verlopen; • hanteert een zodanig op de passagier afgestemde rijstijl en faciliteert de passagier zodanig comfort dat deze op tijd, veilig en fit zijn bestemming; • bewaakt voortdurend en controleert stelselmatig de operationele staat van het voertuig; • rapporteert helder over gesignaleerde gebreken en schades; • signaleert tijdig de noodzaak tot onderhoudsbeurten en APK aan het voertuig; • legt adequaat de gegevens vast in de voertuigadministratie; • houdt het voertuig zodanig schoon dat de passagier van een opgeruimde hygiënische omgeving gebruik kan maken en het voertuig in een representatieve staat is. De functionaris past ‘Bevoegdheden’ zodanig toe dat deze de resultaten dienen maar zal (na overleg) ook afzien hiervan in situaties waar dit averechts kan uitpakken en verantwoordt zich voor deze beslissingen (het belang van ‘effect’ gaat boven het belang van ‘resultaat’).
Bevoegdheden | Voor het behalen van de resultaten mag de functionaris (op aanwijzing, gestandaardiseerde werkwijze, routinematig, beperkt tot taakgebied) zelfstandig: • het voertuig besturen; • de rit afbreken dan wel hervatten, conform nauwgezette richtlijnen; • de complete operationele staat van het voertuig bewaken en controleren; • eventuele gebreken en schades rapporteren; • signaleren van onderhoudsbeurten en APK aan het voertuig; • het voertuig schoon, hygiënisch en in representatieve staat houden; • gegevens vastleggen in de voertuigadministratie; • tijdens de rit de Politie vertegenwoordigen.
Dynamiek
Complexiteit | Context | De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing te brengen, speelt zich af binnen de context van: • de politieorganisatie.
Speelveld | De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing te brengen, speelt zich af binnen het kader van: • op aanwijzing op toegewezen taakgebieden (vervoer) volgens gestandaardiseerde werkwijzen, nauwgezette richtlijnen en instructies, en bekende oplossingen. • het voertuig; • de passagier(s); • infrastructuur.
Oplossingsgerichtheid | Inspanningsverplichting | De functionaris neemt, binnen het kader van het oplossen van problemen in het speelveld, aantoonbare initiatieven die ook de problematiek in de context efficiënter en effectiever aanpakken. De functionaris lost problemen op door deze vanuit een breed perspectief te benaderen; investeert in interne en externe oriëntatie. Context en speelveld zoals vermeld onder niveau-indicator Dynamiek/Complexiteit. In dit kader: kiest de functionaris voor oplossingen die volledig zijn aangereikt exclusief begeleiding voor de meest effectieve en efficiënte aanpak, bij: • het uitzetten van de route; • het besturen van het voertuig; • het hygiënisch, schoon en in representatieve staat houden van het voertuig; • het bewaken en controleren van de complete operationele staat van het voertuig; • het vastleggen van gegevens in de voertuigadministratie. Neemt de functionaris het initiatief tot daadwerkelijke aanpak van problematiek bij: • het zodanig besturen van het voertuig en het zodanig faciliteren van de passagier dat de inzet van het voertuig tot maximaal rendement leidt in termen van de door passagier te verrichten werkzaamheden, waarbij de aanpak is gebaseerd op routinematig handelen (gestandaardiseerde werkwijzen en richtlijnen)
Handelingsbekwaamheid | Voor het oplossen van problemen binnen het speelveld van de functie kan de functionaris de meest vergaande oplossingen toepassen in relatie tot de zwaarste problemen. De functionaris kan: de problemen aanpakken door het volgen van gestandaardiseerde werkwijzen, nauwgezette richtlijnen en instructies en bekende oplossingen, die zich voordoen bij: • het schoon, hygiënisch en in representatieve staat houden van het voertuig; • het technisch rijklaar houden van het voertuig; • het plannen van de route; • het besturen van het voertuig en faciliteren van de passagier; op de juiste wijze • gegevens in de voertuigadministratie vastleggen; • de rijgeschiktheid beoordelen van het voertuig; • inschatten wanneer er (niet) kan worden gereden, de reis moet worden afgebroken dan wel kan worden hervat; • eventueel schadeherstel aan het voertuig laten uitvoeren en de gegevens ervan vastleggen in de administratie; • zelfstandig afhandelen van situaties op aanwijzing en binnen het kader van gestandaardiseerde werkwijzen en richtlijnen.
Deskundigheid
Ontwikkelingen in kennis en vaardigheden | Kennisontwikkeling | Nieuwe (toekomstige) inzichten die het vakgebied van deze functie raken komen voor een belangrijk deel voort uit ontwikkelingen in: • wegenverkeerswet- en regelgeving en beleid met betrekking personen- en taxivervoer; • techniek: autotechniek, communicatiesystemen, navigatiesystemen. Deze nieuwe inzichten worden volledig en met begeleiding aangereikt.
Kennisterrein | De kennis en vaardigheden die tot het toegewezen taakgebied en voor deze functie relevant zijn, zijn: • wegenverkeerswet- en regelgeving; • rijstijlen; • communicatiesystemen; • navigatiesystemen; • communicatie(-middelen); • mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid; • dienstbare opstelling.
Kennisgerichtheid | Inspanningsverplichting | De functionaris houdt aantoonbaar zijn kennis en vaardigheden van het kennisterrein op peil op een wijze dat hij daar ook nieuwe kennis en vaardigheden in meeneemt. De functionaris: • raadpleegt actief onder handbereik gebrachte kennisbronnen; • richt zich op het kennen en kunnen toepassen van aangereikte gestandaardiseerde werkwijzen, richtlijnen en instructies en bekende oplossingen in de uitvoeringspraktijk.
Basis(vak)kennis | De functionaris: • heeft vmbo/mbo (niveau 2) werk- en denkniveau; • heeft een op de volle breedte van de werkzaamheden binnen het vakgebied toegespitste opleiding gevolgd en/of werkervaring, danwel EVC gelijkwaardig daaraan; • voldoet aan functiegerelateerde geschiktheids- en vaardigheidseisen, zoals opgenomen in het opleidingsprofiel.
Onvermijdelijke verzwarende werkomstandigheden
Fysiek risico | Niet van toepassing.
Psychisch risico | Niet van toepassing.
Risico op slachtofferschap | Kans op tegen de persoon gericht verbaal/fysiek geweld is in deze functie aanwezig ingeval de functionaris tijdens de rit herkenbaar als politie een in het publieke domein bekende passagier vervoert. De ernst hiervan als dit zich voordoet is op een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat op gering.
- Regeling
- Regeling vaststelling LFNP
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0033460
- Versie
- 2026-04-18_0