Operationele sturing: (deel 1) Regeling vaststelling LFNP
Organisatorische coördinatie
Het organiseren en aansturen van de uitvoering van vastgestelde plannen van aanpak, zodat de uitvoering van meldkameractiviteiten efficiënt en effectief verloopt.
Dit houdt mede in:
• het − in afstemming met de leidinggevende − vertalen van de in het vastgestelde plan van aanpak benoemde collectieve activiteiten en resultaten naar individuele werkafspraken (concretisering in individuele activiteiten en resultaten);
• het bewaken van de voortgang van de (individuele) werkafspraken, het in dat kader voeren van voortgangsgesprekken en functioneringsgesprekken met betrekking tot de kwalitatief en kwantitatief geleverde prestaties in relatie tot de gemaakte uitvoerings-/randvoorwaardelijke afspraken met de hem toegewezen mensen;
• het informeren van de leidinggevende ten behoeve van het maken van ontwikkelafspraken en beoordeling.
Plannen van aanpak
Het opstellen van plannen van aanpak (ook zonder bestaande formats) − waarin mede de belangen zijn betrokken van netwerkpartners voor de uitvoering van meldkameractiviteiten, zodat besluitvorming kan plaatsvinden op verantwoordelijkheidsverdeling, op werkwijze en de daarbij behorende kwantitatieve en kwalitatieve inzet van mensen en middelen.
Netwerk
Het initiëren, opbouwen, onderhouden en op de inhoudelijke samenwerking regisseren van netwerken waarin mogelijk tegenstrijdige belangen spelen ten behoeve van de gezamenlijke aanpak van meldkameractiviteiten; het maken van uitvoeringsafspraken, het sturen op het maken van randvoorwaardelijke afspraken en het sturen op nakoming ervan, zodat de effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering van meldkameractiviteiten wordt verhoogd.
Verbetering meldkamer
Het vanuit analyse van de praktijk formuleren van voorstellen tot verbeteringen in de uitvoering van meldkameractiviteiten, het initiëren van verbeteringen en het implementeren van vastgestelde verbeteringen, het monitoren en evalueren van de implementatie en het eventueel bijsturen ervan, zodat de handhaving van de rechtsorde en openbare orde efficiënter en effectiever verlopen.
Deskundigheidsbevordering
Het coachen en overdragen van kennis en vaardigheden als mentor; het toetsen van de vakvolwassenheid, het trekken van conclusies en het vanuit de praktijk formuleren van aanbevelingen voor en over de vakvolwassenheid, zodat de professionaliteit wordt bevorderd en de leidinggevende geïnformeerd is omtrent resultaat- en ontwikkelafspraken.
Advies
• Het op grond van analyse van:
• resultaten en effecten van de uitvoering van meldkameractiviteiten (werkmethoden, procedures, professionaliteit en technieken),
en van:
• gegevens en signalen vanuit de uitvoeringspraktijk van meldkameractiviteiten,
en het daarbij betrekken van:
• trends en ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot rechtsorde, openbare orde, veiligheid en leefbaarheid,
en:
• de mogelijkheden om via afspraken met netwerkpartners te komen tot optimale randvoorwaarden, ook waar mogelijk tegenstrijdige belangen spelen,
– adviseren van leiding en/of netwerkpartners over de mogelijkheden tot rendementsverhoging
in de (gezamenlijke) aanpak van meldkameractiviteiten, zodat de uitvoering van meldkameractiviteiten optimaal bijdraagt aan handhaving van de rechtsorde en openbare orde in de samenleving.
• Het uitwisselen van informatie over vakinhoudelijke trends en ontwikkelingen tussen relevante collega’s van aangrenzende vakgebieden, zodat proactief kan worden ingespeeld op trends en ontwikkelingen die vakgebiedoverstijgend zijn en de kwaliteit van adviezen verbetert.
Intake
• Het toegankelijk en bereikbaar houden van het 1-1-2 alarmnummer en het beheren van de wachtrij, zodat de meldkamer te allen tijde bereikbaar blijft voor spoedeisende hulpverzoeken van burgers en assistentieverzoeken van collega’s.
• Het in een multidisciplinair georganiseerde gemeenschappelijke meldkamer ontvangen van meldingen uit (semi)automatische meldinstallaties en het volgens protocol koppelen van de melding aan inzet van hulpdiensten, zodat gepaste actie wordt geboden.
• Het in een politiemeldkamer dan wel monodisciplinair georganiseerde gemeenschappelijke meldkamer ontvangen van spoedeisende hulpverzoeken van burgers, het uitvragen en interpreteren van het hulpverzoek met toepassing van beslisregels en protocollen, het toekennen van prioriteit aan het hulpverzoek en het koppelen van het hulpverzoek aan politie-inzet dan wel het doorverwijzen van het hulpverzoek naar de juiste discipline, zodat gepaste hulp wordt geboden.
• Het in een multidisciplinair georganiseerde gemeenschappelijke meldkamer ontvangen van spoedeisende hulpverzoeken van burgers, het uitvragen en interpreteren van het hulpverzoek met toepassing van beslisregels en protocollen, het inschakelen van medische back-office wanneer een medisch advies op het plaats incident nodig is, het toekennen van prioriteit aan het hulpverzoek en het koppelen van het hulpverzoek aan inzet van hulpdiensten, zodat gepaste hulp wordt geboden.
Noodhulpregie
• Het continu monitoren van beschikbare en direct inzetbare politiecapaciteit, zodat een basis ontstaat voor het voeren van noodhulpregie.
• Het continu inventariseren van beschikbare en direct inzetbare hulpdienstencapaciteit, zodat een basis ontstaat voor het voeren van multidisciplinaire noodhulpregie.
• Het − op basis van protocollen, toegekende prioriteit en beschikbare en direct inzetbare politiecapaciteit − voeren van de regie op aan politie-inzet gekoppelde meldingen en spoedeisende hulpverzoeken, zodat de afhandeling van meldingen en spoedeisende hulpverzoeken van burgers efficiënt en effectief verloopt en de uitvoering van overige politietaken doelmatig blijft verlopen.
• Het − op basis van protocollen, toegekende prioriteit en beschikbare en direct inzetbare hulpdienstencapaciteit − voeren van de regie op aan de inzet van hulpdiensten gekoppelde meldingen en spoedeisende hulpverzoeken, zodat de afhandeling van meldingen en spoedeisende hulpverzoeken van burgers efficiënt en effectief verloopt en de uitvoering van overige operationele hulpdienstentaken doelmatig blijft verlopen.
• Het − conform procedures − koppelen van politie-inzet aan multidisciplinaire (grootschalige) noodhulpverlening tot in niveau GRIP 1 en het voeren van de regie daarop, zodat de multidisciplinaire noodhulpverlening gecoördineerd verloopt.
• Het − conform procedures − koppelen van inzet van hulpdiensten aan multidisciplinaire (grootschalige) noodhulpverlening tot in niveau GRIP 1 en het voeren van de regie daarop, zodat de multidisciplinaire noodhulpverlening gecoördineerd verloopt.
Ondersteuning
• Het continu volgen en het regisseren van de onderlinge communicatie, zodat een basis ontstaat voor het kunnen functioneren als life-line voor collega’s op straat.
• Het zijn van een life-line voor collega’s op straat, zodat veiligheidsrisico’s voor de medewerkers op straat kunnen worden teruggedrongen en collega’s op straat op directe hulp van collega’s kunnen rekenen.
• Het verzamelen van voor de inzet relevante informatie; het faciliteren van collega’s op straat met relevante, ‘real time’ informatie ter zake de melding/het hulpverzoek, zodat de collega’s ter plaatse in staat zijn adequate beslissingen te nemen in termen van veiligheid, effectiviteit en efficiëntie.
• Het bij opschaling verzamelen van voor de opgeschaalde organisatie relevante informatie; het faciliteren van de opgeschaalde organisatie met relevante informatie, zodat de opgeschaalde organisatie in staat is adequate beslissingen te nemen in termen van veiligheid, effectiviteit en efficiëntie.
Opschaling
• Het conform procedure opschalen tot GRIP 0 dan wel GRIP 1 (multidisciplinaire aanpak) of SGBO (politie-inzet) waar de aard en/of omvang van (de escalatie van) het incident of calamiteit dat vergt, zodat gepaste noodhulpverlening wordt verleend c.q. grootschalige politie-inzet efficiënt en effectief verloopt.
- Regeling
- Regeling vaststelling LFNP
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0033460
- Versie
- 2026-04-18_0