Operationele sturing: (deel 1) Regeling vaststelling LFNP
Zaakscoördinatie
Het organiseren en aansturen van de uitvoering van vastgestelde plannen van aanpak, zodat de uitvoering van forensische opsporingsonderzoeken efficiënt en effectief verloopt. Dit houdt mede in:
• het − in afstemming met de leidinggevende − vertalen van de in het vastgestelde plan van aanpak benoemde collectieve activiteiten en resultaten naar individuele werkafspraken (concretisering in individuele activiteiten en resultaten) en van:
• het bewaken van de voortgang van de (individuele) werkafspraken, het in dat kader voeren van voortgangsgesprekken met betrekking tot de kwalitatief en kwantitatief geleverde prestaties in relatie tot de gemaakte uitvoerings-/randvoorwaardelijke afspraken met de hem toegewezen mensen en;
• het informeren van de leidinggevende ten behoeve van het maken van resultaat- en ontwikkelafspraken, functionering en beoordeling.
Plannen van aanpak
Het − op basis van het analyseren van patronen en verbanden in de voorliggende problematiek en mede aan de hand van beschikbare formats − opstellen van plannen van aanpak − waarin mede de belangen zijn betrokken van netwerkpartners − voor de uitvoering van (werkterreingerelateerde) forensische opsporingsonderzoeken, zodat besluitvorming kan plaatsvinden op verantwoordelijkheidsverdeling, op werkwijze en de daarbij behorende kwantitatieve en kwalitatieve inzet van mensen en middelen.
Deskundigheidsbevordering
Het coachen en overdragen van kennis en vaardigheden als mentor; het vanuit de praktijk formuleren van aanbevelingen voor en over de vakvolwassenheid, zodat de professionaliteit wordt bevorderd.
Netwerk
Het opbouwen en onderhouden van (nieuwe) (werkterreingerelateerde) netwerken ten behoeve van (werkterreingerelateerde) forensische opsporingsonderzoeken en het maken van uitvoeringsafspraken, zodat de effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering van (werkterreingerelateerde) forensische opsporing wordt verhoogd.
Verbetering Forensische Opsporing
Het vanuit de uitvoeringspraktijk formuleren van voorstellen tot verbeteringen in de uitvoering van (werkterreingerelateerde) forensische opsporingsonderzoeken, en het implementeren van vastgestelde verbeteringen, zodat de handhaving van de rechtsorde (criminaliteitsbestrijding) en aan veiligheid in de samenleving efficiënter en effectiever verlopen.
Veiligstellen van sporen
Het zoeken, zichtbaar maken, veiligstellen, analyseren en vastleggen van forensische sporen op plaats delict/incident conform gestandaardiseerde normen, zodat een fundament ontstaat waarop de waarheidsvinding kan worden gebaseerd.
Validatie onderzoeksgegevens
Het verzamelen, valideren en vastleggen van feiten, omstandigheden en eigen bevindingen uit sporenonderzoek op plaats delict/incident, zodat inzicht ontstaat in de bruikbaarheid van sporen als bewijslast.
Registratie van beelden
Het vastleggen van de plaats delict/incident door middel van beeldregistratie en/of tekeningen, zodat inzicht in de plaats delict/incident behouden blijft.
Deelname aan verhoren
Het − op uitnodiging − deelnemen aan verhoren van verdachten en getuigen, zodat het inzicht in de toedracht van misdrijven/ongeval gelijktijdig vanuit forensisch en vanuit tactisch opsporingsperspectief wordt opgebouwd en de kwaliteit van de waarheidsvinding wordt verhoogd.
Assistentie bij schouw
Het verlenen van assistentie bij lijkschouwingen, ten behoeve van reconstructie van ongevallen en niet-natuurlijke dood, zodat inzicht ontstaat in de toedracht en verloop van (mogelijke) misdrijven en in de identiteit van personen.
Vaststellen modus operandi
Het interpreteren en in samenhang brengen van forensische sporen met de vindplaats, zodat inzicht ontstaat in het verloop van het misdrijf en de werkwijze van de dader(s) c.q. het verloop en de toedracht van het incident.
Kritische reflectie
Het vanuit forensisch perspectief signaleren over de interpretatie van onderzoeksgegevens en het signaleren van mogelijk ontlastende feiten en omstandigheden, zodat de kwaliteit van opsporingsonderzoeken wordt verhoogd en alle opsporingskansen worden benut.
Tegenspreken
Het − op aanwijzing − optreden als tegenspreker bij TGO-waardige of bij overige forensische opsporingsonderzoeken met zo een moeilijkheidsgraad of maatschappelijke commotie en/of politiek of juridisch afbreukrisico dat uitzonderlijke inzet en aandacht noodzakelijk wordt geacht, zodat fouten voortkomend uit groepsdenken en/of tunnelvisie worden voorkomen en hersteld.
Rapportage onderzoeksgegevens
Het rapporteren over feiten, omstandigheden en eigen bevindingen uit sporenonderzoek op plaats delict/incident, zodat de kwaliteit van opsporingsonderzoeken wordt verhoogd en alle opsporingskansen worden benut. Het rapporteren over de samenhang in forensische onderzoeksgegevens en het op basis daarvan formuleren van oplossingsrichtingen en opsporingsmogelijkheden, zodat de kwaliteit van opsporingsonderzoeken wordt verhoogd en alle opsporingskansen worden benut.
Geregistreerde gegevens (IGP)
Het documenteren van (overige) eigen waarnemingen in feiten en omstandigheden, zodat actuele informatie beschikbaar is en een basis ontstaat voor opvolging en/of vervolging.
Rolaanduiding
Kan, mits daarvoor gecertificeerd en aangewezen, optreden als:
• Getuige-deskundige bij terechtzittingen;
• Coördinator PD-unit (CPDU);
• Medewerker in TGO-verband;
• Forensisch coördinator;
• Sporencoördinator.
Hoge Omschakelfrequentie
Aan de functie kleeft de Hoge Omschakelfrequentie met externe exposure.
LFNP Niveau-indicatoren
Verantwoordelijkheid
Belang | Effecten | Het gewenste effect (outcome) dat met het instellen van deze functie wordt beoogd is: • handhaving van de rechtsorde en veiligheid in de samenleving.
Resultaten | De resultaten (output) die in deze functie (zelfstandig op de volle breedte van het vakgebied) moeten kunnen worden behaald, zijn: • plannen van aanpak waarvoor formats beschikbaar zijn; • zaakscoördinatie; • bouwen en onderhouden van (nieuwe) netwerken met gedeelde belangen, maken van uitvoeringsafspraken, gericht op het realiseren van vastgestelde resultaten; • voorstellen vanuit de praktijk ten behoeve van verbetering van de uitvoering; • implementatie vastgestelde verbeteringen; • analyse (herkennen) van patronen en verbanden voor het maken van keuzes uit beschikbare formats pva en voor het opstellen van plannen van aanpak; • het begeleiden van medewerkers en het formuleren van aanbevelingen over vakvolwassenheid; • zichtbaar gemaakte, veiliggestelde en geanalyseerde sporen op plaatsen delict (PD) tot en met niveau Maatwerk-Plus en op plaatsen incident (PI); • processen-verbaal; • beeldregistratie van plaatsen delict en plaatsen incident; • rapportage van forensische onderzoeksgegevens en daaruit voortkomende oplossingsrichtingen en onderzoeksmogelijkheden; • gevalideerde en vastgelegde forensische onderzoeksgegevens; • rechtmatige bewijslast; • identificatie van de betrokkene(n); • inzicht in de toedracht bij een misdrijf, ongeval of niet-natuurlijke dood; • bij tegenspraak: voorkomen c.q. herstelde fouten.
- Regeling
- Regeling vaststelling LFNP
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0033460
- Versie
- 2026-04-18_0