wetzoeker

Hoge Omschakelfrequentie (deel 1) Regeling vaststelling LFNP

Aan de functie kleeft de Hoge Omschakelfrequentie met externe exposure.

LFNP Niveau-indicatoren

Verantwoordelijkheid

Belang | Effecten | Het gewenste effect (outcome) dat met het instellen van deze functie wordt beoogd is: • handhaving van de rechtsorde en veiligheid in de samenleving.

Resultaten | De resultaten (output) die in deze functie (onder begeleiding op de volle breedte van het vakgebied) moeten kunnen worden behaald, zijn: • zichtbaar gemaakte en veiliggestelde sporen op het niveau standaard plaatsen delict (PD) en op plaatsen incident (PI); • processen-verbaal; • beeldregistratie van plaatsen delict en plaatsen incident; • rapportage van forensische onderzoeksgegevens; • gevalideerde en vastgelegde forensische onderzoeksgegevens; • eenvoudige rechtmatige bewijslast; • identificatie van de betrokkene(n).

Beïnvloeding | Inspanningsverplichting | De functionaris neemt, binnen het kader van het behalen van resultaten, aantoonbaar initiatieven die ook de gewenste (deel)effecten naderbij brengen, zoals: • werkt gericht aan waarheidsvinding; • werkt gericht aan identificatie van betrokkene(n); • levert gegevens zodanig actueel aan dat ze als basis voor vervolgonderzoek, bewijsmiddel of die in combinatie met andere methodieken een voorspellende waarde hebben; • legt onderzoeksgegevens zodanig accuraat vast dat deze als basis voor vervolgonderzoek kunnen dienen; • borgt de rechtmatigheid van eenvoudige bewijslast door deze te beoordelen op het punt van validiteit, betrouwbaarheid, integriteit en actualiteit; • valideert verzamelde sporen op bruikbaarheid als bewijslast en legt de resultaten hiervan vast; • legt plaatsen delict en plaatsen incident zodanig vast dat inzicht behouden blijft. De functionaris past ‘Bevoegdheden’ zodanig toe dat deze de resultaten dienen maar zal (na overleg) ook afzien hiervan in situaties waar dit averechts kan uitpakken en verantwoordt zich voor deze beslissingen (het belang van ‘effect’ gaat boven het belang van ‘resultaat’).

Bevoegdheden | Voor het behalen van de resultaten mag de functionaris, onder begeleiding en met recht van overdracht: • forensisch opsporingsonderzoek met routinematig karakter en eenvoudige bewijslast uitvoeren op het niveau standaard plaatsen delict (PD) en op plaatsen incident (PI); • in forensische opsporingsonderzoeken ondersteunen op overige niveaus plaatsen delict; • processen-verbaal opstellen; • rapportage van onderzoeksgegevens opstellen; • beeldregistratie maken van standaard plaatsen delict en plaatsen incident.

Dynamiek

Complexiteit | Context | De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing te brengen, speelt zich af binnen de context van: • criminaliteit en samenleving.

Speelveld | De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing te brengen, speelt zich af binnen het kader van: • het gehele vakgebied, onder begeleiding binnen het kader van wetgeving, richtlijnen en (gewelds)instructies kan worden aangepakt; • forensische laboratoria; • standaard plaatsen delict (PD) en plaatsen incident (PI); • ondersteunend: op overige niveaus plaatsen delict.

Oplossingsgerichtheid | Inspanningsverplichting | De functionaris neemt, binnen het kader van het oplossen van problemen in het speelveld, aantoonbare initiatieven die ook de problematiek in de context efficiënter en effectiever aanpakken. De functionaris lost problemen op door deze vanuit een breed perspectief te benaderen; investeert in interne en externe oriëntatie. Context en speelveld zoals vermeld onder niveau-indicator Dynamiek/Complexiteit. In dit kader: kiest de functionaris voor oplossingen die binnen zijn handbereik gebracht, inclusief begeleiding voor de meest effectieve en efficiënte aanpak bij; • de uitvoering van forensisch opsporingsonderzoek met een routinematig karakter en eenvoudige bewijslast; Neemt de functionaris het initiatief tot daadwerkelijke aanpak van problematiek bij: • het rapporteren over feiten, omstandigheden en eigen bevindingen uit sporenonderzoek onder meer op plaatsen delict/incident; • herkennen van situaties die begeleiding in en/of overdracht van activiteiten legitimeren, waarbij de aanpak is gebaseerd op routinematig handelen (gestandaardiseerde werkwijzen en richtlijnen) én niet-routinematig handelen onder begeleiding.

Handelingsbekwaamheid | Voor het oplossen van problemen binnen het speelveld van de functie kan de functionaris de meest vergaande oplossingen toepassen in relatie tot de zwaarste problemen. De functionaris kan: de problemen aanpakken onder begeleiding en binnen wetgeving, richtlijnen en (gewelds)instructies die zich voordoen bij: • bij de uitvoering van forensisch opsporingsonderzoek met een routinematig karakter en een eenvoudige bewijslast op niveau standaard plaatsen delict (PD) en op plaatsen incident (PI); • bij het op basis van een vastgesteld onderzoeksplan ondersteunen van forensische opsporingsonderzoeken op overige niveaus plaatsen delict; op de juiste wijze: • sporen zoeken, zichtbaar maken en veiligstellen; • verzamelde sporen op bruikbaarheid als bewijslast valideren en de resultaten hiervan vastleggen; • de identiteit van de betrokkene(n) vaststellen; • plaats delict/plaats incident in beeld of tekening vastleggen; • een rapportage van forensische onderzoeksgegevens opstellen; • zelfstandig afhandelen van situaties gebaseerd op routinematig handelen (gestandaardiseerde werkwijzen en richtlijnen) én niet-routinematig handelen onder begeleiding. Aan de functie kleeft de Hoge Omschakelfrequentie met externe exposure.

Deskundigheid

Ontwikkelingen in kennis en vaardigheden | Kennisontwikkeling | Nieuwe (toekomstige) inzichten die het vakgebied van deze functie raken komen voor een belangrijk deel voort uit ontwikkelingen in: • wet- en regelgeving en beleid met betrekking tot opsporing; • techniek: opsporingsmethoden, -technieken en -procedures; • wetenschap: bètawetenschappen. Nieuwe inzichten binnen en buiten het vakgebied die het vakgebied raken in relatie tot praktijkinzet.

Kennisterrein | De kennis en vaardigheden die tot het vakgebied onder begeleiding behoren en voor deze functie relevant zijn, zijn: • het strafrecht en het strafprocesrecht; • richtlijnen, (OM-)aanwijzingen, protocollen, normen en richtlijnen met betrekking tot forensische opsporing; • documentatie- en registratiesystemen, voorzover relevant voor het forensisch opsporingsproces.

Kennisgerichtheid | Inspanningsverplichting | De functionaris houdt aantoonbaar zijn kennis en vaardigheden van het kennisterrein op peil op een wijze dat hij daar ook nieuwe kennis en vaardigheden in meeneemt. De functionaris: • raadpleegt actief kennisbronnen, die onder handbereik worden gebracht; • volgt opfriscursussen op het vakgebied.

Basis(vak)kennis | De functionaris: • heeft mbo (niveau 3) werk- en denkniveau; • heeft een op de volle breedte van de werkzaamheden binnen het vakgebied toegespitste opleiding gevolgd en/of werkervaring, danwel EVC gelijkwaardig daaraan; • voldoet aan functiegerelateerde geschiktheids- en vaardigheidseisen, zoals opgenomen in het opleidingsprofiel.

Onvermijdelijke verzwarende werkomstandigheden

Fysiek risico | Kans op overbelasting van het gestel is in deze functie aanwezig door werkzaamheden in onnatuurlijke houdingen. De ernst hiervan als zich dit zich voordoet is op een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat op gering.

Psychisch risico | Kans op trauma door het geconfronteerd worden met stoffelijke overschotten bij het verrichten van forensisch opsporingsonderzoek op plaats delict en plaats incident is in deze functie aanwezig. De ernst hiervan als dit zich voordoet is op een schaal van gering/aanmerkelijk ingeschat op aanmerkelijk.

Risico op slachtofferschap | Niet van toepassing.

Regeling
Regeling vaststelling LFNP
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0033460
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl