wetzoeker

3.4.2 — Audit en Assurance (deel 1) Beleidsregel vaststelling gewijzigde eindtermen theoretische accountantsopleiding 2008

Audit en Assurance

Inleiding

Dit onderdeel bevat de eindtermen voor het vakgebied Audit & Assurance als onderdeel van de theoretische opleiding tot accountant.

Eindtermen

Van kandidaten wordt verwacht dat zij na afronding van het vakgebied Audit & Assurance in staat zijn – op grond van de theoretische fundamenten van het vakgebied van de auditing – de hoofdlijn van een doeltreffende en efficiënte aanpak van een specifiek controlevraagstuk te ontwerpen en deze op overtuigende wijze te presenteren. Communicatieve vaardigheid, zowel mondeling als schriftelijk, is daarbij een belangrijk onderdeel.

Kandidaten moeten bij de toetsing er blijk van geven dat zij beschikken over kennis en inzicht zoals mag worden verwacht van een aanstaande accountant in het kader van de Audit & Assurance van jaarrekeningen en van andere financiële verantwoordingen, te weten:

o kennis hebben van de grondslagen van de beroepsuitoefening onder meer bestaande uit economische motieven, relevante wet- en regelgeving en institutionele kaders, alsmede diepgaand inzicht hebben in de ethische aspecten van de beroepsuitoefening.

o kennis hebben van de functie van het accountantsberoep in ‘corporate governance’ en de verslaggevingsketen in het bijzonder.

o ethische aspecten in een specifieke opdracht kunnen onderkennen en (ethische) dilemma’s gemotiveerd weten op te lossen.

o gemotiveerd de aanvaardbaarheid, rationaliteit en uitvoerbaarheid van een specifieke opdracht kunnen uiteen zetten met een oriëntatie op de doelstelling van de opdracht.

o een grondige en onderbouwde analyse kunnen geven van de controlerisico's in een specifieke situatie.

o In die risicoanalyse dient ook aandacht te worden geschonken aan de risico's op het terrein van de interne beheersing (inclusief administratieve organisatie en interne controle) en op het terrein van de externe verslaggeving voor zover van belang voor de financial audit. De bedoelde situaties kunnen zowel opdrachten tot controle van de jaarrekening als bijzondere opdrachten betreffen.

o gemotiveerd een oplossingsrichting kunnen aangeven voor specifieke vraagstukken, in het bijzonder de identificatie van de controle-informatie die nodig is als deugdelijke grondslag voor de uitvoering van de desbetreffende opdracht.

o op basis van de beschikbare controle-informatie een oordeel kunnen vormen en beargumenteren ten aanzien van een specifiek controlevraagstuk met inachtneming van de relevante wet- en regelgeving, evenals de formulering van het oordeel kunnen geven.

o in staat zijn de hoofdlijnen van een accountantsverslag en overige rapportage ten behoeve van de directie en organen belast met governance te beschrijven.

o in staat zijn zich een objectief oordeel te vormen over de getrouwheid van een verantwoording op basis van de beschikbare controle-informatie evenals de formulering van dit oordeel.

Mede op grond van het voorgaande volgt hieronder een nadere uitwerking van de eindtermen.

a. Algemeen

Nr | Onderwerp | niveau

1 | Toepassing van het institutioneel kader dat geldt: Wab, voor de uitoefening van de controlefunctie. Dit betreft in het bijzonder: WTA, BTA, WTRA, Verordening accountantsorganisaties, VGC, NV COS, alsmede nadere voorschriften (waaronder onafhankelijkheid van de openbare accountant en accountantskantoren ter zake van (aan) assurance (verwante) opdrachten alsmede tuchtrechtspraak). | 3

2 | Markt voor financial audit (o.a. kennis van de marktpartijen evenals van vraag en aanbod factoren zoals concurrentie en aansprakelijkheid) en rol van financial audit binnen corporate governance (codes). | 2

3 | Historische ontwikkeling van financial auditing. | 1

4 | Kennis van algemene theorieën die het fenomeen auditing trachten te verklaren (als vertrouwens-, agency-, insurance- en informationtheory). | 1

5 | Proces van oordeelsvorming en de fundamentele beginselen van beroepsethiek voor accountants. | 3

6 | Positie van de accountant binnen het systeem van governance in de desbetreffende huishouding, in het bijzonder de relatie met de raad van commissarissen of/en het auditcommittee dan wel andere toezichthouders (w.o. AFM, BFT, DNB) | 2

7 | Kwaliteitsbewaking op het niveau van beroep, kantoororganisatie en individuele opdrachten. | 3

8 | Proces van opdrachtaanvaarding respectievelijk voortzetten van een opdracht, alsmede kennis van de daarmee verbonden wet- en regelgeving. Daarbij komen onder meer algemene aspecten aan de orde zoals objectiviteit en onafhankelijkheid, vaststelling uitvoerbaarheid, rationaliteit en risicomanagement waaronder begrepen: inzicht in organisatorische aspecten zoals teamsamenstelling, planning, procesbewaking, dossiervorming. | 3

9 | Specifieke richtlijnen m.b.t. de uitvoering van controleopdrachten & overige assurance opdrachten waaronder Audit Related Services. Voorbeelden van specifieke richtlijnen zijn specifieke onafhankelijkheids-regels en regels op het gebied van Wwft. | 3

10 | Invloed van internationale accountantsorganisaties (zoals IFAC, FEE) op (de uitvoering van) assurance services en wet- en regelgeving gericht op accountants in Nederland en Europa. | 1

11 | Invloed van andere (internationale) organisaties (zoals EU, SEC, PCOAB) op het functioneren van accountants. | 1

12 | Belangrijkste aspecten van het accountantsberoep en beroepsopvattingen in de EU en de Verenigde Staten. | 1

b. Specifiek met betrekking tot de financial audit

Nr | Onderwerp | niveau

1 | Proces van financial auditing: fasering controleproces (planning, uitvoering, evaluatie, afronding en rapportage). | 3

2 | Opstellen in hoofdlijnen van een controleplan voor een verantwoording als geheel en controleplan voor specifieke onderdelen van een verantwoording. | 3

3 | Verschillende aspecten die het controlerisico bepalen (inherente risico, interne controlerisico en detectierisico) waaronder begrepen: ○ begrijpen van de doelstellingen, strategie en activiteiten van de onderneming, de interne en externe omgeving, ondernemingsrisico’s en procesrisico’s, kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren en moderne interne beheersingsconcepten in het kader van de A&A ○ kennis van het materialiteitsbegrip en methoden om deze te bepalen; ○ kennis van uitvoering controleplan/werkprogramma op het niveau van een post, proces, doelstelling, risico, controlemiddel/techniek; ○ de door de accountant toe te passen geautomatiseerde hulpmiddelen bij de uitvoering van financial audits (zoals CAATs). | 3

4 | Eisen waaraan een systeem van interne beheersing moet voldoen in het kader van de risicoanalyse en de evaluatie van interne beheersing. | 3

5 | Onderkennen van fraudesignalen en het adequaat opvolging daaraan geven. | 3

6 | Invloed van geautomatiseerde systemen (van de gecontroleerde) op planning, uitvoering, evaluatie en rapportering van financial audits. | 3

7 | Eisen van wet- en regelgeving waaraan een financiële verantwoording moet voldoen (IFRS, BW2 titel 9, Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving) als onderdeel van het toetsingskader bij de financial audit. | 3

8 | Financial audit methoden, middelen en technieken; aard, omvang (deel-waarnemingen waaronder steekproeven) en tijdstip van te vergaren bewijsmateriaal, zowel op het niveau van een post als een proces. | 3

9 | Gebruik maken van de werkzaamheden van andere accountants (waar-onder het optreden als groepsaccountant) en andere deskundigheden. | 3

10 | Afronding van de controle inclusief het proces van oordeelsvorming en de evaluatie van de bevindingen en besluitvorming ten aanzien van de af te geven verklaring. Aandacht dient te worden geschonken aan de verantwoordelijkheid van de accountant voor het jaarverslag. Bijzondere onderwerpen, die in de afronding aan de orde kunnen komen, zijn: gebeurtenissen na balansdatum, niet uit de balans blijkende verplichtingen, problematiek met betrekking tot verslaggeving en controle in geval van transacties tussen verbonden partijen, going concern problematiek. | 3

Regeling
Beleidsregel vaststelling gewijzigde eindtermen theoretische accountantsopleiding 2008
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
16-04-2013
BWB-id
BWBR0033424
Versie
2013-04-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl