wetzoeker

Artikel 2.4 Bestuursreglement Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA)

De CEA

1 Een lid van de CEA vervult geen functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn lidmaatschap van de CEA of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of het vertrouwen daarin.

2 De leden van de CEA maken bij hun benoeming aan de minister en de CEA bekend welke nevenfuncties zij bekleden.

3 Het bureau houdt van alle leden van de CEA een register bij waarin hun nevenfuncties zijn vermeld. Deze gegevens worden jaarlijks gemeld in het jaarverslag.

4 Alvorens over te gaan tot aanvaarding van een nieuwe nevenfunctie (anders dan uit hoofde van het lidmaatschap van de CEA) legt een lid een voornemen daartoe ter goedkeuring aan de voorzitter van de CEA voor. Indien de voorzitter van oordeel is dat vervulling van de desbetreffende functie onverenigbaar is met het bepaalde in lid 1 zal het lid van de CEA de desbetreffende functie niet aanvaarden. De voorzitter stelt de minister op de hoogte van zijn oordeel.

Regeling
Bestuursreglement Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA)
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
14-05-2013
BWB-id
BWBR0033422
Versie
2013-05-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl