wetzoeker

I — De ondergetekende Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

B. dat de Minister met betrekking tot de verlening van de vergunningen voor de kavels A7, B38 en C08 onder gelijktijdige verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep (hierna: Regeling aanvraag);

C. dat degene die een aanvraag om de voornoemde vergunningen indient op grond van artikel 4 van de Regeling aanvraag verplicht is voor elke aangevraagde vergunning een zekerheid te verschaffen door een waarborgsom ter grootte van een vierde van zijn (eerste) financiële bod voor die vergunning te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken. Deze zekerheid heeft een looptijd tot, in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing of tot, in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald. De aanvrager kan ervoor kiezen om in de plaats van een bankverklaring als bedoeld in bijlage 6 van de Regeling aanvraag een bankgarantie te verstrekken ter grootte van de helft van het eerste financiële bod. In dat geval dient het bedrag, onder II, punt 2, de helft van het eerste financiële bod te bedragen;

D. dat bij de vergunningaanvraag een verzoek om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gedaan met gebruikmaking van paragraaf 2c van bijlage 1 van de Regeling aanvraag, voor het geval dat de aanvrager de vergunning verkrijgt. Indien de vergunning en ook dit uitstel van betaling wordt verleend, vervalt de laatste betalingstermijn op 1 september 2016. Met het oog hierop dient de aanvrager die uitstel van betaling vraagt, zorg te dragen voor een zekerheid die ten minste geldt tot deze datum en ten hoogste totdat het bod volledig is voldaan (zie onder II, punt 4);

E. dat .......... (naam aanvrager van de vergunningen), rechtspersoon naar .......... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, statutair gevestigd te ..........., kantoorhoudende te .........., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

Regeling
Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-04-2013
BWB-id
BWBR0033308
Versie
2013-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl